Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gepubliceerd op 02-04-2021

Lam

betekenis & definitie

1. s.n., laem (it), pl. lammen; mannelijk —, ramlaem (it); vrouwelijk eilaem (it); -meren werpen, lamje; voor de fokkerij, trochhâlderslaem (it); één of meer -meren samen met het moederschaap, sûchspultsje (it), sûgersspultsje (it).

2. adj., lam; — worden, forlamje.