Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

Gepubliceerd op 26-02-2018

watt

betekenis & definitie

elektrische eenheid van vermogen

Dr. Wilhelm Siemens werkte al ruim twintig jaar aan de verbetering van de stoommachine toen hij op 26 augustus 1882 tijdens een vergadering van de Royal Society in Londen voorstelde: 'Een andere eenheid die ik aan de lijst zou willen toevoegen is die van vermogen. Het vermogen dat vrijkomt door een stroom van 1 ampère bij een potentiaalverschil van 1 volt. Het zou toepasselijk zijn dit een Watt te noemen, ter ere van James Watt.'

Het zat er dik in dat dit voorstel geen problemen zou opleveren. De Schotse werktuigkundige James Watt [1736-1819] had met zijn vergaande verbetering - en niet uitvinding, zoals zo vaak wordt beweerd - van de stoommachine een onschatbare bijdrage geleverd aan de industrialisatie van Groot-Brittanni‘. Bovendien was zijn naam al in de Franse spreektaal doorgedrongen: een trambestuurder of machinist werd (en wordt) daar wattman genoemd, een begrip dat ook in oude Nederlandse woordenboeken voorkomt.

Ook een tweede voorstel van dr. Siemens werd met algemene stemmen aangenomen. De hoeveelheid arbeid die door een stroom van 1 ampère in een draad met 1 ohm weerstand in 1 seconde wordt verricht, werd naar de Engelse natuurkundige James Prescott Joule [1818-1889] voortaan joule genoemd. Overigens vlogen geleerden elkaar in 1943 in het wetenschappelijke tijdschrift Nature in de haren over de vraag hoe dit woord nu eigenlijk moest worden uitgesproken: als djoele of sjoele. De strijd werd beslist door nazaten van de natuurkundige, die verklaarden zich djoele te noemen, maar dit kon niet voorkomen dat Nederlanders dit heel anders uitspreken.

Sinds 1970 wordt joule in plaats van calorie gebruikt als rekeneenheid voor de voedingswaarde van spijzen. Dat dit in negen van de tien woordenboeken nog niet is doorgedrongen is typerend: de omschrijvingen van natuurkundige eenheden zijn vaak cryptisch, onduidelijk of ronduit verwarrend. Zo vermeldt Van Dale uitdrukkelijk dat de voltampère 'wegens de zogenaamde arbeidsfactor' niet gelijk is aan de watt. Volgens de Grote Koenen is de voltampère juist wel gelijk aan de watt.

Overigens kan men de woordenboeken dit soort onduidelijkheden niet echt kwalijk nemen: tot voor kort werden er vier verschillende standaarden door elkaar gebruikt. Bovendien worden eenheden met regelmaat bijgesteld. Zo werden de volt en de ohm per 1 januari 1990 zo veel verhoogd dat talloze wetenschappelijke meetapparaten moesten worden aangepast.

Resteert de verbazing over de grote hoeveelheid, vaak curieuze eenheden, met omschrijvingen die soms ontzettend veel op elkaar lijken. De volgende gaan terug op een persoon:

ampère, eenheid van elektrische stroomsterkte, in 1861 zo genoemd naar de Franse natuurkundige André-Marie Ampère [1775-1836]; ångström, eenheid voor zeer kleine golflengten, bijvoorbeeld van licht, naar de Zweedse natuurkundige Anders Jonas Ængström [1814-1874]; baud, eenheid waarin de transmissiesnelheid van een telegraafsysteem wordt uitgedrukt, naar de Franse telegrafiedeskundige Jean-Maurice-Emile Baudot [1845-1903]; becquerel, eenheid van (kern)activiteit, naar de Franse familie Becquerel, waarvan vier generaties zich met fysica bezighielden; bel, eenheid van intensiteit van geluid en elektrische signalen, net als decibel genoemd naar Alexander Graham Bell [1847-1922]. Bell is niet de uitvinder van de telefoon, zoals vaak wordt beweerd. Ph. Reis vond dit toestel in 1860 uit, maar Bell bracht belangrijke verbeteringen aan; Celsius, eenheid van temperatuur, uitgedrukt in graden, naar de Zweedse sterrenkundige Anders Celsius [1701-1744] die in 1742 de naar hem genoemde temperatuurschaal bedacht; coulomb, eenheid van elektrische lading, naar de Franse natuurkundige Charles-Augustin de Coulomb [1736-1806]; curie, eenheid van radioactiviteit, naar de Frans-Poolse natuurkundige Marie Sklodowska-Curie [1867-1934] die samen met haar man in 1898 het element radium ontdekte. De curie is inmiddels vervangen door de rutherford, zo genoemd naar de Britse natuurkundige Ernest Rutherford [1871-1937] opsteller van de moderne atoomtheorie; dalton, eenheid waarin moleculegewichten worden uitgedrukt, naar de Engelse natuurkundige John Dalton [1766-1844], grondlegger van de atoomtheorie; darcy, eenheid van permeabiliteit voor het transport van vocht in poreus materiaal, naar de Franse ingenieur H.P.G. d'Arcy, die in 1856 de betreffende formule vond; erlang, eenheid waarin dichtheid van telefoonverkeer wordt uitgedrukt (1 gesprek per uur per nummer), in 1946 zo genoemd naar de Deense ingenieur Erlang, die op dit gebied baanbrekend werk verrichtte; Fahrenheit, eenheid van temperatuur, naar de Duitse instrumentbouwer Daniel Gabriel Fahrenheit [1686-1738], die het grootste gedeelte van zijn leven in Amsterdam woonde; farad, eenheid van elektrische capaciteit, in 1833 beschreven door de Engelse chemicus en natuurkundige Michael Faraday [1791-1867]; gal, eenheid van versnelling, naar de beroemde Italiaanse astronoom en natuurkundige Galileo Galilei [1564-1642], die bewees dat zware lichamen niet sneller vallen dan lichte; gauss, eenheid van magnetische veldsterkte, naar de Duitse wis- en natuurkundige Karl Friedrich Gauss [1777-1855]; gilbert, (verouderde) eenheid van magneto-motorische kracht, naar de Engelse arts en natuurkundige William Gilbert [1540-1603]; hefnerkaars, oude eenheid van lichtsterkte, naar de Duitse natuurkundige Friedrich von Hefner Alteneck [1845-1904]; henry, eenheid van elektrische inductie, naar de Amerikaanse natuurkundige Joseph Henry [1797-1878]; hertz, eenheid van frequentie, naar de Duitse natuurkundige Heinrich Rudolf Hertz [1857-1894]; kelvin, de eenheid van thermodynamische temperatuur, naar de Britse natuurkundige William Thompson, baron Kelvin [1824-1907]; lambert, eenheid van lichtsterkte, naar de Duitse natuurkundige Johann Heinrich Lambert [1728-1777]; mach, verhouding tussen de stromingssnelheid en de snelheid van het geluid, naar de Oostenrijkse filosoof en natuurkundige Ernst Mach [1838-1916], die de snelheid van geweerkogels uitdrukte in tienden van de geluidssnelheid. Later is deze aanduiding overgenomen door de luchtvaart; maxwell, eenheid van magnetische krachtstroom, naar de Schotse natuurkundige James Clerk Maxwell [1831-1879]; newton, eenheid van de kracht die in 1 seconde aan 1 kilogram een vermeerdering van snelheid van 1 meter per seconde geeft, naar de Engelse natuurkundige Sir Isaac Newton [1642-1727]; oersted, eenheid van magnetische veldsterkte, in 1820 ontdekt door de Deense geleerde Hans Christian Ørsted [1777-1851]; ohm, praktische eenheid van elektrische weerstand, naar de Duitse natuurkundige Georg Simon Ohm [1787-1854]. De ohm, farad en volt werden in 1861 geïntroduceerd door de Britse elektrotechnicus Latimer Clark [1822-1889], zelf vernoemd in de clark, een (elektrisch aangedreven) vorkheftruck of hoogstapelaar; pascal, een eenheid van druk en mechanische spanning, naar de Franse wiskundige, natuurkundige en wijsgeer Blaise Pascal [1623-1662]; poise, eenheid van inwendige wrijving, naar de Franse arts Jean-Louis-Marie Poiseuille [1799-1869]; röntgen, een eenheid van de dosis toegediende, respectievelijk ontvangen röntgenstraling (z.a.); siemens, eenheid van elektrische geleiding, naar de Duitse natuurkundige Werner von Siemens [1816-1892] een broer van de naar Engeland geëmigreerde Wilhelm. De eenheid is gelijk aan het omgekeerde van de ohm en werd daarom aanvankelijk mho genoemd; tesla, eenheid van magnetische inductie, naar de Kroatische wetenschapper Nikola Tesla [1856-1943]; torr, eenheid van druk in de vacuüm techniek, in 1643 beschreven door de Italiaanse wis- en natuurkundige Evangelista Torricelli [1608-1647]; volt, eenheid van elektrische spanning of elektromotorische kracht, naar de Italiaanse natuurkundige Alessandro Giuseppe Antonio Anastasio graaf Volta [1745-1827], uitvinder van de voltazuil, de eerste praktisch bruikbare 'batterij'; en tot slot de weber, de praktische eenheid van inductieflux, naar de Duitse natuurkundige Wilhelm Eduard Weber [1814-1891].