Ewoud Sanders

Journalist, taalhistoricus, trainer

Gepubliceerd op 07-02-2017

Troost

betekenis & definitie

Troost komt in verschillende samenstellingen of uitdrukkingen voor in de betekenis 'borrel' of 'sterke drank'. Omstreeks 1874 werd een borrel wel een glaasje troost der armen genoemd. De Utrechtse taalkundige De Vooys signaleerde in 1920 dat een borrel een kopje troost werd genoemd. Overigens werd de 'troost' soms echt in een kopje geserveerd, bijvoorbeeld in gelegenheden zonder drankvergunning (zie ook bij koffie).

Een fles met sterke drank werd troostjles genoemd, whisky heette ook troost- water en bij begrafenissen schonk men vroeger troostelwijn of troost(el)bier. De Duitsers kennen Tröster voor sterke drank, de Engelsen soother 'susser, trooster', soothing syrup 'troostsiroop' en cup of comfort 'kopje troost'.