Teut betekenis & definitie

Teug is in 1900 aangetroffen in Oost-Vlaanderen. Een dialectwoordenboek geeft als voorbeeldzin: 'Ik ga met der haast 'nen grooten teut pakken.' De oorspronkelijke betekenis van teut is 'teug'. Men zei teuten voor 'drinken, zuipen' en teuter voor 'drinker'. Zoals bekend wordt teut tegenwoordig in de eerste plaats gebruikt voor 'dronken, beschonken'.