stadspooier betekenis & definitie

Het woord pooier bestaat al sinds het begin van de 17de eeuw. Het is afgeleid van pooien dat ‘zuipen’ betekent. Pooiers werkten doorgaans in de stad, omdat daar de meeste klanten voor prostituees waren. Of zo’n pooier ooit een stadspooier is genoemd is niet bekend; voor 2003 bleek dit woord niet te vinden. Dat het in 2003 opeens opdook, heeft te maken met plannen van de gemeente Rotterdam om eind 2005 een overdekt prostitutiecentrum in te richten. De stad zocht daarvoor, in de woorden van het Algemeen Dagblad, een stadspooier. Dit leidde tot koppen als ‘Rotterdam op zoek naar stadspooier’ en ‘Gevraagd: stadspooier (m/v)’.

Voor de bouw van het prostitutiecentrum, dat een eind moet maken aan de tippelzone op de Keileweg in Rotterdam, werd een prijsvraag uitgeschreven. De 108 inzendingen van architecten, prostitutiedeskundigen, kunstenaars en gewone Rotterdammers, leverde nogal wat nieuwe namen op, zoals Pier van Plezier, Wipschip, Blootgoot, Tippeltoren, Paleis op de Wal en RoSSerdam. Uiteindelijk kwam het RedLightPlatform van de architecten Jasper Jägers en Ronald Hoogeveen als winnaar uit de bus.