Sanseveria betekenis & definitie

bepaalde sierplant

'Vorst Sansevero', schreef het Algemeen noodwendig woordenboek der zamenleving in 1836, 'was ontegenzeggelijk een genie van den eersten rang, wiens naam onmogelijk ooit in vergetelheid zoude kunnen komen. Geheel Europa staarde met bewondering op de voortbrengselen van zijn vernuft, en waar het aankomt op oorspronkelijkheid en waar genie, zal hij niet ligt door iemand overtroffen, en slechts door zeer weinigen geëvenaard worden.'

Het woordenboek zat er heel erg naast. Zeker, Raimund de Sangro, vorst van Sansevero, was een genie. Maar nog voor het einde van de 19de eeuw kwam zijn naam in bijna geen enkel naslagwerk meer voor. En in moderne encyclopedieën is hij al helemaal niet meer terug te vinden. Zelfs in artikelen over de sanseveria, het plantengeslacht dat naar de Napolitaanse prins werd genoemd, komt men zelden of nooit iets over de vorst te weten.

Misschien overdreef het bovengenoemde woordenboek ook wel een beetje. Was het werkelijk waar dat de vorst van Sansevero op een gegeven ogenblik heel Napels op zijn kop zette 'toen hij een voertuig op vier wielen over de zee deed loopen, zonder dat men het geheim kon ontraadselen, hoe zulks bij mogelijkheid gevonden had kunnen worden'?

Raimund de Sangro, de latere vorst van Sansevero, werd in 1710 in Napels geboren. Al op jonge leeftijd bleek hij buitengewoon begaafd te zijn. Zo had hij nog maar net de schoolbanken verlaten of hij vond een vervoerbare schouwburg uit. Toen men hem vroeg hoe hij als leek zo'n ingewikkeld bouwwerk had kunnen ontwerpen, antwoordde de prins dat Archimedes hem in een droom was verschenen en hem had geholpen.

De prins verbleef een tijd in Spanje, werd kamerheer van de koning en onderscheidde zich in 1744 in de slag om Velletri. Maar zo snel hij kon keerde hij terug naar Napels. Hij liet in zijn paleis een drukkerij en een laboratorium aanleggen en ging aan de slag. 'Hij ontwikkelde zijn genie zoo veel mogelijk, en te regt heeft iemand van hem beweerd', meldt een bron, 'dat hij de wetenschappen eerder scheen te vinden, dan te beoefenen.'

De vorst van Sansevero deed een overstelpende hoeveelheid uitvindingen op talloze gebieden. Hij bracht belangrijke verbeteringen aan op het gebied van de schilderkunst, het fabriekswezen, de werktuigkunde, de waterhuishouding en de diamantslijperij. Zijn opvattingen over de bouw van verdedigingswerken werden door de voornaamste ingenieurs overgenomen. Hij publiceerde over politieke zaken, verlichting, scheikundige onderwerpen, Hebreeuwse oudheden en militaire aangelegenheden. Bovendien beoefende hij met veel vrucht de letterkunde en beheerste hij het Grieks, Hebreeuws, Syrisch en Arabisch.

Maar toch: de geniale vorst van Sansevero was al een eeuw na zijn dood in 1778 nagenoeg vergeten.

De lelieachtige, uit Zuid-Azië‘ afkomstige sierplant werd aan het eind van 18de eeuw naar hem vernoemd door Karl Peter Thunberg, een van de beste leerlingen van Linnaeus. Fock vermeldt de plant in 1855. De naam wordt soms sanseveria, dan weer sansevieria gespeld. In België‘ heet de plant vanwege zijn lange, smalle, enigszins leerachtige bladeren vrouwentongen en in Engeland old-woman's-tongue of mother-in-law's-tongue. Dat laatste is ook de bijnaam van de dieffenbachia, genoemd naar J.F. Dieffenbach [1795-1847], een beroemde Duitse chirurg die als eerste scheelzien en stotteren door middel van operaties genas.

Er zijn vele honderden andere planten naar een persoon genoemd. Tot de bekendste behoren: de begonia, oorspronkelijk een tropisch plantengeslacht, door de botanicus Tournefort in 1700 zo genoemd naar Michel Bégon [1638-1710], de Franse gouverneur van Santo Domingo, een bevorderaar van de plantkunde; camelia (of kamelia), een kamerplant met donkergroene bladeren en grote bloemen, in 1735 door Linnaeus zo genoemd naar de Moravische jezuïet-missionaris Georg-Joseph Kamel (Camellus) [1661-1706], die de van oorsprong Filippijnse plant als eerste beschreef; de dahlia, een sierplant met bloemen van verschillende kleuren, door de Spaanse botanicus Cavanilles genoemd naar de Zweedse plantkundige Anders Dahl [1751-1789]. De bloem kwam in het jaar van Dahls dood uit Mexico naar Spanje. Volgens sommigen deed de rommelige bloesem denken aan Dahls onverzorgde haar; forsythia, sierheester met heldergele bloemen, begin 19de eeuw zo genoemd naar de Schotse plantkundige William Forsyth [1737-1804]; freesia, knolgewas, naar de Duitse arts Friedrich Heinrich Theodor Freese [1795-1876]. De freesia werd in 1870 in Nederland geïmporteerd; gardenia, plantengeslacht en bloem, in 1760 zo genoemd naar de Amerikaanse botanicus Alexander Garden [1730-1791]; en de magnolia, een uit Azië en Amerika afkomstig boom- en plantengeslacht, door Linnaeus genoemd naar Pierre Magnol [1638-1715], hoogleraar plantkunde en directeur van de botanische tuin te Montpellier. Voor Nederlanders die hun naam in een plantensoort zagen vereeuwigd, zie achterin dit boek.