pyjamadag betekenis & definitie

Hoewel het de woordenboeken nooit heeft gehaald, wordt pyjamadag sinds enkele decennia gebruikt voor een dag om gezellig thuis in pyjama te luibakken. In 2003 kreeg het echter een tweede betekenis: dag waarop hulpbehoevende bejaarden in een verzorgingstehuis verplicht in pyjama in bed moeten blijven omdat er door bezuinigingen onvoldoende personeel is om hen aan te kleden. Het woord debuteerde in november 2003 in Het Parool, in een bericht over een onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg naar een verpleeghuis in Oud-Beijerland:

De directie van het verpleeghuis, De Egmontshof, heeft een verplichte pyjamadag per week ingesteld voor bewoners die met hulp worden aangekleed. Bedlegerige bejaarden die normaal drie dagen per week op bed blijven, moeten er voortaan vier dagen in liggen. Door bezuinigingen is er te weinig personeel om ze te helpen.

Het bericht zorgde voor een golf van verontwaardiging. Zo schreef Jaap de Berg in Trouw over pyjamadag:

Het moet gemunt zijn in een Oud-Beijerlands verpleegoord met subsidiegebrek. De directie kan <ndash> zegt ze, vrij vertaald <ndash> alleen haar eigen broek ophouden als ze bejaarden die zich niet zelf kunnen aankleden, één dag per week iedere kleedhulp onthoudt. Een leverancier van eufemismen heeft daar een verbloemende term voor bedacht: pyjamadag <ndash> mogelijk in de hoop dat een associatie met de Doris Day-film Pajama Game uit 1957 de slachtoffers nog wat zou opvrolijken. Een alternatief dat de schandalige werkelijkheid treffender kenschetst, lijkt me grote verwaarloosdag, een uitdrukking die ik niet tot letterwoord zal afkorten.

Het woord dook ook meteen in allerlei koppen op, zoals: ‘Onderzoek naar pyjamadag ouderen’, ‘VVD: Pyjamadagen nergens aan de orde’ en ‘Nog net geen “pyjamadagen”, maar een crisis dreigt’.

Overigens is pyjama in het Nederlands een jong woord. Het is voor het eerst opgetekend in 1912, in Kramers’ woordentolk, met als definitie: ‘Licht en ruim nachtgewaad bestaande uit wijde slaapbroek en los jasje met lussen en knoopen.’ Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal, het wetenschappelijke woordenboek van het Nederlands, had men aanvankelijk moeite met de uitspraak, waardoor het soms klonk als pidzjama.

Vergelijk aandachtsminuut