onder de pet houden betekenis & definitie

Weinig uitdrukkingen zullen in korte tijd zo algemeen bekend zijn geworden als onder de pet houden. Dat komt omdat de lancering was gekoppeld aan een bericht dat Nederland even op z’n kop zette. Op 3 februari 1999 maakte M.J. Augusteijn-Esser, lid van de enquêtecommissie die de Bijlmerramp onderzocht, bekend dat het neergestorte vliegtuig explosieven, gif, munitie, gassen en brandbare vloeistof had vervoerd. El Al had dit meteen na de ramp aan de verkeersleiding in Amsterdam laten weten. Maar de Israëli’s hadden er ook op aangedrongen hierover geen mededelingen naar buiten te doen. De verkeersleiding had dat toegezegd, aldus Augusteijn-Esser. Een en ander was gebleken uit bandopnamen van telefoongesprekken, banden die ondanks alle eerdere onderzoeken nooit boven water waren gekomen. Volgens Augusteijn-Esser was er gezegd: ‘Dat zullen ze niet van ons horen’. En: ‘Die informatie moeten we onder de pet houden.’ Wie dat laatste had gezegd wilde zij niet kwijt.

Een paar dagen later werden de transcripten van de banden vrijgegeven. De uitdrukking onder de pet houden bleek te zijn gebruikt in een gesprek tussen T. Polman, de dienstdoende chef van de verkeersleiders, en diens voorlichter G. Knook. Het gesprek had plaats op 4 oktober 1992, een halfuur na de crash. Polman zei letterlijk, aldus het eindverslag van de commissie:

Zeg, eh... ga even op je stoel zitten, want die cargo... die bestond uit explosieven, uit gif en gassen [...]. Maar daar moeten we maar geen ruchtbaarheid aan geven. En verder gewoon..., dat zat er dus gewoon ook bij...[bedoeld wordt: gewone vracht], maar El Al bidt ons uiteraard natuurlijk om dat onder de pet te houden.

De uitlatingen van Augusteijn-Esser, die volgens de NRC ‘onnodig onheilspellend’ werden gepresenteerd, zorgden voor enorme opschudding. Er had gif en munitie in het vliegtuig gezeten, dit was al járen bekend maar Nederlandse ambtenaren hadden dit op eigen houtje onder de pet gehouden! En ze hadden ruim zes jaar een belangrijke geluidsband achtergehouden.

Politici tuimelden over elkaar heen om hun verontwaardiging uit te spreken en premier Kok gaf op eigen houtje opdracht om de betrokken ambtenaren meteen op non-actief te stelllen. Dit zonder de conclusies van commissie af te wachten, iets wat veel irritatie wekte. Heel Nederland praatte over de zaak en binnen een paar dagen leek het of onder de pet houden er altijd was geweest. Sterker nog: het NOS-journaal gebruikte de uitdrukking al de volgende dag in een bericht over een heel ander onderwerp, in de betekenis ‘iets in de doofpot stoppen’.

Geen columnist kon er weerstand aan bieden en in het humorhoekje op de voorpagina van de NRC verscheen het grapje ‘wat de een onder de pet houdt, gaat de ander erboven’. Binnen een paar maanden doken er ook allerlei variaties op, zoals onder de hoed of muts houden en onder de pet schuiven of proppen. Aanvankelijk voorzagen de kranten de uitdrukking van aanhalingstekens, maar die kwamen al snel te vervallen.

Zoals dat gaat bij taalgeschiedenis, werd langzaamaan steeds schimmiger hoe de uitdrukking nu exact was gelanceerd. Bij de presentatie van de nieuwe editie van de Grote Van Dale, in september 1999, schreef Nova de uitdrukking toe aan Augusteijn-Esser. Zij bevestigde dit voor de camera, zij het enigszins schuchter, wat ook te maken zal hebben gehad met het feit dat de commissie zich inmiddels herhaalde malen had geëxcuseerd voor de ‘sensationele’ presentatie van de geluidsbanden.

Al eerder, in april, meende Henk Hofland, columnist bij NRC Handelsblad, dat de uitdrukking was verzonnen door Henk Wolleswinkel van de Rijksluchtvaartdienst. Hij schreef:

Misschien overkomt het een mens maar één keer in zijn leven. Dan is het voor wie van zijn taal houdt ‘te mooi om waar te zijn’: de geboorte van een uitdrukking, en niet alleen dit. De nieuwe uitdrukking blijkt in haar levenskracht zo aanstekelijk dat ze van de ene dag op de andere in het spraakgebruik wordt opgenomen. Iedereen die de nieuwe woordcombinatie hoort, weet meteen wat ermee wordt bedoeld. Deze aanwinst is het onder de pet houden, gelanceerd voor de Parlementaire Enquêtecommissie door de heer H. Wolleswinkel, op 5 februari 1999. Het klonk zo gewoon, zo natuurlijk dat je niet eens besefte, bij een geboorte aanwezig te zijn. [...] Wat is er in het hoofd van de heer Wolleswinkel omgegaan, die paar seconden waarin hij nadacht over het antwoord op de vraag en toen plotseling de taal verrijkte? [...] Heeft hij aan een uitdrukking met onder gedacht, maar niet zo vlug het bijbehorende woord kunnen vinden? Razendsnel raadpleegden zijn hersens hun eigen inventaris; vonden bij de P het woord pet. De commissie wachtte op antwoord. Onder de pet, zei de ondervraagde. Had de voorzitter niet zo onverbiddelijk zitten kijken, was het brein van de heer Wolleswinkel een fractie van een ogenblik meer tijd gegund, dan was het bij de R gekomen. Dan had hij gezegd: ‘Dat heb ik toen onder de roos gehouden’ — en onze taal was onverrijkt gebleven.
Is het zo gegaan? Je zou dit fragment nog wel eens willen zien, vertraagd. Als ik het bij het rechte eind heb, is dit een historisch ogenblik.

Hofland had het zeker niet bij het rechte eind, want zoals gezegd was de uitdrukking al te horen op de bandopname uit 1992. Maar zij is nog ouder: al in 1977 schreef Leonhard Huizinga in Adriaan met Olivier natuurlijk op bladzijde 18: ‘Adriaan... fluisterde ik, in Godsnaam, hou het onder je pet...’. Vooralsnog is dit de vroegste vindplaats van een uitdrukking die in 1999 vleugels kreeg.

Vergelijk Bijlmersyndroom.