noni betekenis & definitie

Vanwege het grote tekort aan huisartsen hadden in 2003 naar schatting 500.000 Nederlanders geen eigen, vaste huisarts. In het welzijnsjargon worden deze mensen noni’s genoemd. Noni staat voor ‘niet op naam ingeschreven(e)’. Het gaat om mensen die wel zijn verzekerd tegen ziektekosten, maar die niet zijn ingeschreven bij een huisarts. Men spreekt ook wel van huisartslozen.

In Utrecht leidde de toename van noni’s <ndash> een letterwoord dat in 2002 voor het eerst is aangetroffen <ndash> tot de oprichting van een nonipraktijk. Verpleegkundigen en een huisarts vangen daar patiënten zonder vaste huisarts op wanneer zij er een nodig hebben. ‘Deze Noni-praktijk is inmiddels opgeheven’, meldde een internetkrant, maar: ‘Her en der worden tijdelijke Noni-praktijken opgericht en weer gesloten als patiënten weer een eigen huisarts hebben.’ Het letterwoord noni zal dus nog wel even voortleven.