kansweigeraar betekenis & definitie

Sinds 2003 wordt een kansarme die zelf niet meewerkt om zijn lot te verbeteren een kansweigeraar genoemd. Het woord debuteerde op 20 september 2003 in Trouw:

De grote steden leveren niet langer voldoende eigen kweek aan timmerlui, metselaars, loodgieters en noem maar op. Dat is het gevaar waar wethouders Oudkerk en van der Tak kort geleden op wezen. De oplossing op lange termijn is dus het stimuleren van de kansweigeraars. Leefbaar Rotterdam kan beter inzetten op de import van kansrijken dan op de export van kansarmen.

Op een website schreef iemand: ‘Wie in de participatiestaat van Van Aartsen uit de boot valt of kansen laat liggen om zijn of haar eigen situatie te verbeteren, heet in het jargon van nieuw rechts een kansweigeraar. [...] Harde taal dus, die de verharding in de samenleving weerspiegelt.’