insectenhotel betekenis & definitie

Een insectenhotel is geen achenebbisj hotel waar de gasten belaagd worden door ongedierte, maar een onderkomen dat speciaal voor insecten is gebouwd. Het eerste insectenhotel in Nederland opende in maart 2002 in Meerssen zijn deuren. ‘Het gaat’, schreef een krant indertijd, ‘om een vreemd bouwwerk van boomstammen, takkenbossen en mergelblokken met speciale suites voor muggen, verduisterde kamers voor pissebedden en een mini-bar voor mieren. De bedenker van dit rare hutje is natuurfreak Willy Savelberg.’

Inmiddels bestaan er ook elders insectenhotels en gebruiken kranten het woord alsof het allang bestaat. Twee voorbeelden hiervan: ‘Daar [tussen Heinenoord en Oud-Beijerland] staan een heus insectenhotel en een insectentoren, waar de gaten al voorgeboord zijn om kleine diertjes te verlokken tot een verhuizing’ (De Dordtenaar 27 juni 2003) en: ‘Vanuit bezoekerscentrum Tenellaplas wordt een bezoek gebracht aan het duingebied waarna bij het bezoekerscentrum geknutseld gaat worden aan een insectenhotel, de kinderen maken voor zichzelf een klein insectenhotelletje’ (Rotterdams Dagblad 11 november 2003).