Graantje betekenis & definitie

Graantje is in 1804 voor het eerst aangetroffen, in Morgen Slokje, een van de vroegste Nederlandse geschriften tegen drankmisbruik: De man nam hem wel eens, dat weetje... Hij had mogelijk wat veel graantjes gepikt. Bij gelegenheid, dat er een nieuweling op den winkel was, was 'er getracteerd. Deze borrel naam komt meestal voor in de verbinding een graan- tje pikken, maar niet altijd.

Zo vroeg A. Fokke Simonsz. zich aan het begin van de 19de eeuw af 'zou de ziel dan somtijds in de graantjes zitten?' En elders schreef hij: 'hij lust wel een graan- tje'. Van Potgieter zijn de woorden 'onthouding in de graantjes, mits overdaad in den wijn', en Bilderdijk dichtte in 1817: En daarvan nog het woord: een graantje pikken. 't Gebruik was zoo; nu zegt men liever: likken. De naam verwijst vanzelfsprekend, op een verbloemende manier, naar het voornaamste ingrediƫnt van (graan)jenever. Een dronkeman werd een granen- of graantjespikker genoemd, en van iemand die beschonken was, zei men hij heeft graan in, hij is een granen broer of hij is een groot man in de granen. De borrel naam graantje is onlangs ook in Vlaanderen gesignaleerd. De Duitse tegenhanger, Korn, is in die taal een van de gewoonste benamingen voor 'jenever' en 'borrel'. In het Amerikaans-Engels wordt corn in allerlei verbindingen gebruikt voor 'whisky', zoals in corn coffee en corn squeezings.