gevoelsinflatie betekenis & definitie

Volgens sommige economen zegt alleen ons gevoel dat alles sinds de invoering van de euro duurder is geworden. Men spreekt in dit verband van gevoelsinflatie. Dit woord is in 2002 bedacht door de Duitse financieel econoom Rudolf Hickel. Het debuteerde in mei 2002 in Trouw:

De financieel econoom prof. Rudolf Hickel uit Bremen spreekt, naar analogie van de weerman en zijn ‘gevoelstemperatuur’, inmiddels van ‘gevoelsinflatie’. Zo denken mensen dat er meer inflatie is dan er feitelijk is, doordat er een paar opvallende prijsverhogingen hebben plaatsgevonden, van bioscoopkaartjes bijvoorbeeld, terwijl de consument niet merkt dat duurzame consumptiegoederen als tv’s en pc’s intussen juist goedkoper zijn geworden.

Sinds ook het Centraal Bureau voor de Statistiek het over gevoelsinflatie heeft, is dit woord doorgebroken in de Nederlandse media. In januari 2003 schreef een lezer hierover aan het Rotterdams Dagblad:

De inflatie over 2002 bedroeg 3,5 procent. Slechts een klein gedeelte daarvan werd veroorzaakt door het invoeren van de euro. Dat we het idee hebben dat de prijzen gestegen zijn door de euro is meer een gevoel, het strookt niet met de werkelijkheid. Daarvoor hebben we de nieuwe term: gevoelsinflatie. Ik wilde deze week mijn auto parkeren in Spijkenisse. Het parkeertarief bleek per 1 januari 2003 verhoogd te zijn van € 1,20 naar € 2,50. Een verhoging van 108 procent! Ik hield daar inderdaad een onprettig gevoel aan over.

In oktober 2003 verklaarde Nout Wellink, president van De Nederlandsche Bank, dat er wat hem betreft fouten waren gemaakt bij de introductie van de euro. Hij zei de met name de gevoelsinflatie onderschat te hebben. ‘Mensen schatten de prijsstijgingen twee keer zo hoog in als de inflatie feitelijk was.’ Bovendien waren er wel degelijk sectoren waar de prijzen sterk omhoog waren gegaan, erkende hij, met name in de horeca en bij de detailhandel.