Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

Gepubliceerd op 05-05-2018

Gaas

betekenis & definitie

(1692, uit het Frans) dun garenweefiel; vlechtwerk van metaaldraad

De herkomst van het woord gaas is omstreden. Sommigen leiden het af van het Arabische woord gazz, dat 'floszijde' betekent, dat wil zeggen: de losse zijde die wordt gesponnen van het buitenste deel van de cocon. Anderen leiden het af van de plaats Gaza in Palestina. Voorstanders van de eerste theorie wijzen erop dat de Arabieren gazz uit het Perzisch leenden. Perzië had ooit een bloeiende zijdehandel; van Gaza is niet bekend dat er gaas werd gemaakt of verhandeld. De voorstanders van de Gazatheorie brengen hier weer tegenin dat er verschillende stoffen zijn genoemd naar doorvoerhavens. In de 19de eeuw werd er in Gaza trouwens wel katoen en zijde gemaakt.

De strijd is onbeslist, maar zeker is wel dat Gaza van oudsher een belangrijke handelsplaats was, omdat het voor karavanen de laatste stop was op de reis van Palestina naar Egypte. Bovendien lag het erg gunstig voor handel met Syrië en Arabië. Dit alles maakte de stad ook tot een begeerde prooi: Alexander de Grote veroverde haar in 333 v.Chr., kort daarop gevolgd door Antigonus. De Arabieren maakten zich in 643 n.Chr. meester van Gaza.

Ook de kruisvaarders waren in Gaza en waarschijnlijk namen zij de stof in de 13de eeuw voor het eerst mee naar Europa. Echt plezierige herinneringen zullen ze overigens niet aan Gaza hebben gehad, want ze zijn daar tot tweemaal toe verpletterend verslagen.

In het middeleeuws Latijn werd gaas gazzatum genoemd.

Hieronder verstond men een soort dundoek. In 1279 bepaalde een concilie dat monniken deze doeken niet mochten dragen, waarschijnlijk omdat ze rijk versierd waren. In het Frans is gaze voor het eerst aangetroffen in de tweede helft van de 15de eeuw. Via het Frans kwam deze stofnaam vervolgens terecht in het Engels, Duits en Nederlands.

Gaas raakte bij ons aan het eind van de 18de eeuw in de mode. De stof komt vele malen ter sprake in het werk van Wolff & Deken. 'Ik heb [sic] met Letje uitgeweest, om dat nieuwmodiesch gaas', schrijft Sara in de De historie van mejuf frouw Sara Burgerhart (1782). 'Het stuk was byna weg; doch men wagtte alle daag nog fraaier [...]'. Wolff & Deken noemen gaas als stof voor japonnen, halsdoeken, boezelaars en als garnering. Ook gebruiken zij gaas reeds figuurlijk in 'gegaasde beelden'.

Engels gauze (1561); Duits Gaze (1693); Frans gaze (1461).

Wanneer Hildebrand in de Camera Obscura kennismaakt met de schatrijke Henriëtte Kegge, draagt zij een 'weelderig négligé van wit batist en kronkelige tule'. Tule, vroeger ook wel tulle, is een zeer licht, open weefsel met zeshoekige mazen. Het wordt gebruikt voor vitrage en als ondergrond voor kant. Iets dergelijks schijnt in Frankrijk al in de ude eeuw te zijn vervaardigd, maar de moderne naam dateert pas uit de 17de eeuw. De srof is genoemd naar een Frans stadje waar hij werd gemaakt: Tulle, in het departement Corrèze, aan de westzijde van het Centraal Massief.

GAAS: W. Beurs De groote waereld (1692) 10-11, 32; Wolff en Deken (ed. Buijnsters, 1980) Sara Burgerhart (1782) brief 56, p. 307; Wijk Rzn Alg. aardrijksk. wdb. (1821) 1019 (Gaza); Winkler Prins' 7 (1874) 295-296; WNT IV ( 1889) 1 11-113; Franck & Wijk Etym. wdb. (19122) 172; Haeringen Suppl. etym. wdb. (1936) 52; Vieu-Kuik Franse woorden door Wo/ff en Deken 1 ( 1957) 198-199; Onions Oxf dict Eng/. etym. (1985) 391; Deutsches Fremdwtb. 7 (1988) 253; Philippa Koffie. kaffer en katoen (1989) 35-36; Ibrahim Kulturgeschichtliche Wortforschung (1991) 103-104; Vries & Tollenaere Etym. wdb. (1991 15) 138; Dauzat Dict étym. (19932) 333; OED (19932); Pfeifer Etym. Wtb. d. Deutschen (19932) 403; Rey Dict hist. longue franç. (19942) 875.