Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

Gepubliceerd op 19-02-2018

Fröbelen

betekenis & definitie

zich met onnozelheden bezighouden

Anders dan menigeen denkt, is fröbelen geen Duits woord. Een Duitser die fröbelt is aan het herumbasteln of herumkramen.

Fröbelen betekent 'jonge kinderen met spelen die het verstand ontwikkelen bezighouden volgens de beginselen van de Duitse pedagoog fröbel'. Althans, in dergelijke bewoordingen is het sinds het eind van de vorige eeuw in Nederlandse woordenboeken te vinden. Opmerkelijk genoeg vermeldde tot voor kort alleen Van Dale's Hedendaags Nederlands het woord zoals het al sinds jaar en dag wordt gebezigd, namelijk als 'vrijblijvend bezig zijn, zich met onnozelheden bezighouden'.

Toch bestaat de indruk dat spelen volgens de beginselen van Fröbel uitdraait op herumbasteln al heel lang. In 1905 schreef de Winkler Prins: 'Jammer is het, dat niet alle onderwijzeressen genoegzaam in den geest van Fröbel doorgedrongen zijn en het 'werken' [...] dikwijls in een geestdoodende tijdsverspilling ontaardt.'

Friedrich Wilhelm August Fröbel werd op 21 april 1782 in Oberweissbach geboren. Hij verloor zijn moeder toen hij negen maanden oud was en werd door zijn stiefmoeder achtergesteld. Friedrich groeide uit tot een somber, in zichzelf gekeerd kind dat moeilijk kon leren. Hij had een markant uiterlijk: enorme flaporen, een geprononceerde neus, een taps toelopende kin en lang haar met een scheiding in het midden. Zijn enige passie was de natuur en hij bracht uren alleen door in de bossen.

Na allerlei baantjes, halve studies en een docentschap aan een school van de Zwitserse hervormer Pestalozzi, werd Fröbel op 24-jarige leeftijd huisonderwijzer voor de drie zoons van baron von Holtzhausen. Het werd een keerpunt in zijn leven. Fröbel zag de barones als de personificatie van de ideale moeder. Hij beschouwde haar als zijn 'geestelijke bruid' en nog lang nadat hij weer was gaan studeren voerde hij een geheime correspondentie met haar.

In 1816 kreeg Fröbel de gelegenheid zijn eigen opvattingen over opvoeding te verwezenlijken. Zijn broer Christoph stierf en diens weduwe wendde zich tot Fröbel voor hulp bij de opvoeding van haar drie zoontjes. Met deze jongetjes als enige leerlingen begon Fröbel op 13 november 1816 in Griesheim het Universele Duitse Opvoedingsinstituut.

'Als typisch romanticus leefde Fröbel in de overtuiging', schrijft een naslagwerk, 'dat één kosmische wet het heelal beheerst en dat de ontwikkeling van de natuur, de cultuur en het kind langs dezelfde lijnen verloopt. Het is de taak van de opvoeding, bij het kind deze lijnen te accentueren.'

Fröbel bracht een en ander in praktijk met behulp van zogeheten speelgaven. Wat er voor een kind uitzag als een bal, een kubus of een cilinder, waren volgens Fröbel symbolen van de kosmische ontwikkeling. 'De bal is als het ware een beeld van 't al, het heelal', schreef hij en hij zou het zo aan Goropius Becanus kunnen hebben ontleend (zie bij goropisme). Door te spelen met deze 'gaven' ontwikkelde een kind zich volgens Fröbel min of meer vanzelf.

Bij de overheid sloegen zijn ideeën niet meteen aan. Zijn school werd gezien als een 'nest van demagogen' en Fröbel moest op een gegeven moment uitwijken naar Zwitserland. In Pruisen waren de Fröbelscholen zelfs van 1851 tot 1860 verboden.

Maar ouders en opvoedkundigen waren buitengewoon enthousiast over het vlechten, vouwen, boetseren, knippen, zingen en weven. Nadat Fröbel op 21 juni 1852 was overleden, verbreidden zijn volgelingen de Kindergärten over geheel Europa en in 1925 telde alleen Amsterdam al vijftien verschillende Fröbelinrichtingen. De neergang van Fröbel s opvoedkundige opvattingen zette in na de Tweede Wereldoorlog - mede door het overmatige gefröbel.