Ei betekenis & definitie

Wat bewoog de Gentenaren in 's hemelsnaam om aan het begin van deze eeuw een 'borreltje' een ei te noemen? Dachten ze daarbij aan een eivol glas? Aan de uitdrukking hij is zo vol als een ei voor 'hij is dronken'? Had het glaasje de vorm van een ei of is het een toespeling op de veronderstelde voedingswaarde van je- never?

Er zou ook nog een verband kunnen bestaan met een populair Vlaams raadseltje, dat het ei zo omschrijft:
't En eet niet, 't en drinkt niet, 't En schijt of 't en stinkt niet, Maar daar zal 'nen tijd komen Dat het zal eten en drinken, Schijten en stinken. Maar nee, de oplossing blijkt te vinden bij een verwante borrel- naam, namelijk hard ei. Omstreeks 1950 kon de Gentenaar met een hard ei drie dingen bedoelen: een hardgekookt ei, een kaakslag, of een borrel. De overgang van 'kaakslag' naar borrel komt bij vele borrel namen voor, zie voor een opsomming bij opsodemieter. De borrel naam ei zal dus wel een verkorting zijn van hard ei, een borrel die, zeker bij het ontbijt, aankomt als een kaakslag.