duurzaamheidsheffing betekenis & definitie

De varkenspestepidemie in 1997, de mkz-crisis in 2001 en de uitbraak van vogelpest in 2003 brachten een grootschalige destructie van gezonde dieren mee. Commissie na commissie boog zich over de vraag hoe de veehouderij de slag kan maken naar een duurzame landbouw, zoals dat in het Haagse jargon heet. De hoofdvraag daarbij is hoe de boer zijn kosten laag genoeg kan houden om de (internationale) concurrentie aan te kunnen, terwijl hij tegelijk moet voldoen aan de maatschappelijke vraag naar diervriendelijke en milieuverantwoorde (een woord uit 1989) producten. In 2003 kwam minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij met het plan een duurzaamheidsheffing in te voeren. Anderen, zoals Gijs Kuneman van Stichting Natuur en Milieu, liepen met hetzelfde idee rond. Een citaat uit een ‘dossier’ over deze kwestie: ‘De consument doet nog niet echt mee. Kuneman is dan ook voorstander van een duurzaamheidsheffing in prijzen, vergelijkbaar met de verwijderingsbijdrage voor elektronische apparaten. Dat geld kan naar een fonds waaruit groene diensten kunnen worden betaald.’

Vergelijk blauwe diensten