dorpsconciërge betekenis & definitie

‘Een nieuw fenomeen: de dorpsconciërge. Langdurig werklozen worden aangesteld om ervoor te zorgen dat een dorp schoon, veilig en leefbaar blijft.’ Aldus Trouw in juni 2003. Helemaal nieuw zijn de dorpsconciërges niet de eerste plannen hieromtrent dateren uit 1997, maar in de kranten debuteerde dit neologisme pas dit jaar. Al eerder kregen we te maken met de buurtconciërge (1989), de wijkconciërge (1990) en de pleinbeheerder (1990). Een en ander deed het Algemeen Dagblad al in 1993 verzuchten: ‘Pas op, de conciërgestaat nadert met rasse schreden.’ De kop boven dit artikel luidde: ‘De conciërge als tovermiddel tegen alle kwaad.’