Campêchehout betekenis & definitie

(1605, uit het Frans) violet verfhout

Campeche ligt aan de westkust van Yucatán en is de hoofdstad van de gelijknamige staat. Dit hele gebied leverde veel geoniemen op, want ook tabasco (z.a.) en sisal (z.a.) komen uit deze contreien.

De Spanjaarden landden er in 1517, op een van hun eerste tochten naar de Nieuwe Wereld. In 1540 stichtten zij er de stad San Francisco de Campeche, op fundamenten uit de Mayatijd. Drie havens in dit gebied mochten handel drijven met Spanje, Campeche was daar een van.

Van de 16de tot het eind van de 19de eeuw was het zware, harde campêchehout - in oude teksten ook wel campesy of campelhout gespeld - het voornaamste exportprodukt. Het is afkomstig van de Haematoxylon campecheanum, een kleine boom die inheems is in subtropisch Amerika en die later ook werd aangeplant in Oost-Azië. Aanvankelijk werd dit hout alleen gebruikt als verfhout. Net als brazielhout (z.a.) werd het door misdadigers in zogeheten rasphuizen geraspt. Het leverde verschillende kleurstoffen op: rood, blauw (door toevoeging van ammoniak), bruin (met ijzer) en zwart (met koper). In de 19de eeuw werd campêchehout bovendien gebruikt als geneesmiddel tegen buikloop en bloedingen. Later werd er vulpeninkt van gemaakt - zogeheten campêchehoutinkt- evenals meubels en parketvloeren.

Aan het begin van de 2oste eeuw was de haven van Campeche te ondiep geworden voor zware schepen. De export werd toen verplaatst naar de havenstad Carmen. In 1936 werd de stad Campeche in haar geheel uitgeroepen tot monument, vanwege de vele gebouwen uit de koloniale tijd.

Sinds het midden van de 19de eeuw staat campêchehout ook bekend als blauwhout. De Engelsen spreken doorgaans van logwood.

Engels campeachy wood (1652); Duits Campecheholz; Frans bois de campêche.

Vergelijk brazielhout

Enkele andere houtsoorten:

Carolina pine, is een zachte maar sterke houtsoort. Her eerste lid is genoemd naar het gebied van herkomst, de vroegere Engelse kolonie Carolina in de Verenigde Staren, die is genoemd naar Carolus (Karel) II van Engeland.

Coromandel of coromandelhout is hard en zeer zwaar, gestreept ebbehout. Dit hout is afkomstig van Coromandel, de oostkust van de deelstaat Madras in India. Al in het begin van de 17de eeuw vestigde de Oost-Indische Compagnie hier factorijen. Coromandel wordt toegepast voor beeldhouwwerk, sierwerk en meubelfineer.

Oregon, grenehout, is genoemd naar de Amerikaanse kuststaat Oregon, die voor bijna vijftig procent bedekt is met bos. Deze staat is de belangrijkste leverancier van timmerhout in de VS. Oregon pine wordt op grote schaal gebruikt en komt van de douglasspar, een boom die in 1825 door de Schotse botanicus David Douglas (1798-1834) in het noordwesten van de VS werd ontdekt.

Parana-pine is een gemakkelijk bewerkbare houtsoort van een Braziliaanse naaldboom en wordt onder andere gebruikt voor bezemstelen, stokken, kerkmeubels en verder overal waar kwastvrij hout moet worden verwerkt. Het hout heet zo naar de plaats van herkomst, de Zuidbraziliaanse deelstaat Paraná.

Provinciehout is een verouderde (16de-eeuwse) benaming voor campêchehout. Het werd gebruikt voor de produktie van verf en als timmerhout. Her heet zo naar de Provence in Zuid-Frankrijk, waar dit hout vandaan kwam.

Tonkin is een soort bamboe voor hengels en is van oorsprong afkomstig uit de streek Ton(g)kin in het noorden van Vietnam. Van Dale vermeldt ook tonkinstok (gebruikt als hengel of om planten op te binden). Op 2 augustus 1964 zouden Vietnamese torpedoboten in de Golf van Tonkin een Amerikaans schip hebben aangevallen. Dit was voor de Amerikaanse regering aanleiding de oorlog tegen Noord-Vietnam openlijk te beginnen.

CAMPÊCHEHOUT: Nieuwenhuis Alg. wdb. kunsten en wetensch.' 2 (1821) 33, & 4 (1824) 22; Hoffmann Fremdwtb. (186510) 82; Ency. Brit.Il 5 (1910) 134; Metz Woordverklaring (1937) 50, 538; Winkler Prins' 4 (1949) 287-288 & 11 (1951) 249; Veen Etym. wdb. (1989) 136; OED (19932).