Borrel betekenis & definitie

In een boek waarin ruim 76.000 woorden zijn gewijd aan de volksnamen voor borrel, mag het woord borrel zelf natuurlijk niet ontbreken. Bij geen van de wijdverbreide borrel namen worden alle dialectvormen en -schrijfwijzen gegeven, maar voor borrel maken we een uitzondering.

Gevonden zijn: baurelletje, boarrel, boddel, bolletje, bolltje, boltjen, borlie, borrel, borrelie, börrelke, borrelsje, borreltien, borreltsje, bul, bülch, büle, bültsje, buol, buorrel, burrel, burreltsje, burreltsy. En dan hebben we natuurlijk lang niet alle dialectwoordenboeken van Noord en Zuid in handen gehad, dus er zullen nog wel een aantal regels aan dit gedicht zijn toe te voegen.

Het woord borrel is in 1685 voor het eerst gevonden, in een blijspel getiteld Het Huwelijk sluiten van de Amsterdamse arts Pieter Bernagie. Daar heet het: 'Nou wou ik de borrel wel eens hebben. De droes! dat de fles niet en breekt! Avous toekomende Bruid; 't is van de beste jampur. Op uithangborden van herbergen waren in 1693 teksten te lezen als: 'Hier tapt men Borrel, uyt den treuren' en 'Hier gaat den Borrel, dag en nagt.' Ook de herbergnamen 'In de Borre- fles' en 'In de Borrel-kan' kwamen toen voor. Het woord borrel gaat terug op het Middelnederlandse borre of borne dat 'bronwater), fontein, drinkwater' betekent. Borrel betekende zoveel als 'kleine dronk'. Ook het werkwoord borrelen 'door opstijgende damp- of gasbellen in beweging zijn' is zeker van invloed geweest.

Het hoeft geen betoog dat er in de Nederlandstalige literatuur wel een paar boeken en gedichten te vinden zijn waarin borrel of borreltje voorkomen. We komen het daartegen met bijvoeglijke naamwoorden als bittere, flinke, gereformeerde, redelijke, roomse (zie bij rooms halfje), stevige en stijve, en met allerlei prijsaanduidingen, zoals vijf cents borrel enzovoort. Soms komt borrel voor met een nadere bepaling van de soort van sterke drank, zo- als een borrel klare. Een borrel drinken werd ook wel in ruimere zin toegepast op het drinken van andere dranken, zoals wijn. Niet geheel onverwacht komt het woord ook in veel uitdrukkinggen voor. Zo zei men halverwege de 19de eeuw iemand een bitte- ren borrel geven voor 'iemand een duchtige vermaning geven', voor een borreltje kan men veel gedaan krijgen; men begint met een borrel en eindigt met den buik vol en een borrel is overal goed voor. Van een dode zei men indertijd hij heeft zijn laatste borreltje bin- nen. Ook het bekende het scheelt een slok op een borrel dateert uit deze periode, net als de zeispreuken daar kan een borrel op staan, zei Piet, toen hij twee kroegen voorbij was gegaan, en vóór de derde stond; en ja, kapitein! zei de schildwacht, ik mocht ook wel lijden, dat een borrel drie gulden kostte, als hij maar zoo groot was als een schildershuis. Later zijn onder meer opgetekend aan de borrel zijn en stevig aan de borrel doen voor 'veel drinken'.

Van de vele samenstellingen met borrel noemen wij slechts borrel sergeant en borrelpraat. Borrel Sergeant werd omstreeks 1840 door Leidse studenten gebruikt voor 'koffie huisbediende'. Borrelpraat betekende aanvankelijk, in 1874, 'dronkenmanspraat', maar het werd al snel gebruikt voor 'onzin, wartaal, gewauwel, gebazel'. Niets leverde waarschijnlijk zoveel nieuwe borrel namen op als borrelpraat.