Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

Gepubliceerd op 07-02-2017

Bom

betekenis & definitie

Bom is In 1839 voor het eerst gevonden, in de verbinding een bom bitter. Het woord werd aanvankelijk vooral door studenten gebruikt en is in het begin van de 19de eeuw in die kringen opgetekend in Leiden en Utrecht. Een bom is eigenlijk een 'groot glas sterke drank'. Het is verwant met het Oost-Friese bumme 'grote blik- ken drinkkan' en het Engelse bumper 'volle beker'.

Een bom is eigenlijk een 'groot glas sterke drank'. Het is verwant met het Oost-Friese bumme 'grote blik- ken drinkkan' en het Engelse bumper 'volle beker'. In de tweede helft van de 19de eeuw is bom ook in Groningen gesignaleerd (voor 'groot glas jenever of brandewijn') en in Vlaanderen. Daar zei men te veel naar de bom of het bomgat kijken voor 'tot de drank genegen of dronken zijn'. In Nederland zei men van een dronkeman hij zet er een goede bom in of hij heeft een bom in 't lijf Onlangs is deze borrel naam nog gehoord in Hasselt. Vergelijk bel en bitter.