boerenkoolpsycholoog betekenis & definitie

Een slechte psycholoog, een psycholoog van de koude grond. Het woord is verzonnen door cabaretier Youp van ’t Hek. Op 18 november 2000 schreef hij in NRC Handelsblad:

Toen ze na de pauze terugkwamen was de motivatietrainer zogenaamd boos dat iedereen weer op zijn oude plek was gaan zitten. Dat was te voorspelbaar gedrag. Waarom ze dat deden? De jongen antwoordde dat zijn trui op de stoel lag en dat zijn tas daar nog stond. Het leek hem redelijk raar om bij een ander zijn tas te gaan zitten! Dat leek hem zelfs onbeschoft. Hier had de boerenkoolpsycholoog uiteraard geen antwoord op.

Boerenkool heeft de laatste decennia in onze taal een slechte naam gekregen. We hadden al Boerenkoolstronkeradeel voor ‘gehucht, gat van niks’. Slecht voetbal wordt wel boerenkoolvoetbal of boerenkoolspel genoemd. Dit woord zou in 1977 zijn verzonnen door voetbaltrainer Fritz Korbach. Een Bargoens woordenboekje uit 1937 vermeldt boerenkoolslijpen voor ‘knoeien’ en boerenkoolslijper voor ‘knoeier, iemand die zijn werk niet verstaat’.