Bockbier betekenis & definitie

(1886, uit het Duits) zwaar, zoet donker bier

Einbeck of Eimbeck, zoals het vroeger werd gespeld, ligt ten zuiden van Hannover aan de rivier de Ilme. In de 15de eeuw was het de beroemdste brouwersstad van Europa. Was elders het commercieel brouwen grotendeels in handen van kloosters of hertogelijke hoven, in Einbeck mochten ook de burgers bier brouwen, tenminste als ze hiervoor belasting betaalden. Er was een stadsbrouwmeester die over de benodigde spullen beschikte, waaronder een groot brouwvat. Burgers konden alles wat ze nodig hadden bij hem lenen. De oude huizen in Einbeck herinneren nog aan deze tijd: ze hebben hoge deuren, waar het brouwvat doorheen kon worden gereden, grote luchtige zolders voor de opslag van graan, en ruime kelders om het bier in te laten rijpen.

Bier uit Einbeck werd uitgevoerd naar de belangrijkste Hanzesteden in Duitsland en langs de Oostzee, zoals Hamburg, Riga en Stockholm. De paardenspannen die het bier naar de haven brachten, werden geëscorteerd door huursoldaten. Het bier was zoet en donker en had een extra hoog alcoholgehalte om het lang goed te houden. Luther (1483-1546) zou er dol op zijn geweest. Later werd zijn portret dan ook afgebeeld op flesjes met dit bier.

In de 16de eeuw kreeg Einbeck concurrentie van München, waar het Eimbecker bier werd nagemaakt. Mettertijd werd Eimbecker bier in het Beierse dialect verbasterd tot Aimbock, Ambock of Oanbock. Omdat het meeste en het beste Eimbecker bier op den duur uit München kwam, was voor de gebruikers de relatie met Einbeck niet meer duidelijk. In de 19de eeuw werd eim dan ook gevoeld als een lidwoord. Bovendien werd bock begrepen als de diernaam bok. Het was in Duitsland niet vreemd om 'ein Bock' te bestellen, omdat er al bieren bestonden met namen als Stier, Geit en Eend. In het Nederlands is de benaming 'Einbecker bier' aangetroffen in 1733. Net als het Frans en Engels leenden wij de naam bockbier in de tweede helft van de 19de eeuw. Met het plaatsje Einbeck was het toen droevig gesteld. Woonden er in de middeleeuwen nog 12.000 mensen, in 1875 was dat aantal bijna gehalveerd.

Engels bock (1856); Duits Bockbier (16de eeuw einbeckisch Bier); Frans boc(k) (1855). Vergelijk pils

Enkele andere bieren:

geuze is een zwaar bier uit het Sennedal ten westen van Brussel. Het wordt gemaakt uit een mengsel van verschillende lambieks (een soort tarwebier). Het woord is ontleend aan het Duitse Gose, een witbier dat in de middeleeuwen in Goslar, 40 kilometer ten oosten van Einbeck, werd gebrouwen met water uit het onstuimige riviertje de Gose. Oorspronkelijk sprak men van Goslarer Bier.

Jopenbier,
donkerbruin Duits bier, is volgens sommigen genoemd naar een straat in Dantzig, de Jopengasse, waar de brouwerij was gevestigd die dit bier vanaf de 15de eeuw produceerde. Anderen leiden het af van de vruchtnaam joop, de vrucht van de meidoorn.

Kriek, kriekbier of krieklambiek wordt gebrouwen met kersen. In Zuid-Nederland is een kriek een vroegrijpe, rode, zurige kers, maar ten noorden van de Moerdijk duidt men er een laatrijpe, donkere, zoete kers mee aan. Al in de 16de eeuw dacht men dat kriek was afgeleid van het Latijnse (prunum) graecum 'Griekse (pruim)'; het zou dus gaan om een uit Griekenland afkomstige vrucht. Dit is echter nooit sluitend aangetoond.

Peterman, een soort lichtbruin Leuvens bier, is genoemd naar de St. Pieter, de dominerende kerk van Leuven, die op zijn beurt is genoemd naar de heilige Petrus. Peterman is ook de bijnaam voor de inwoners van Leuven.

Trappistenbier, zwaar, donkerbruin kloosterbier, ontstond in de 19de eeuw in Belgische trappistenkloosters. De orde der trappisten (een afsplitsing van de cisterciënzers) is genoemd naar het klooster La (Grande) Trappe in het Franse Normandië. De abdij werd gebouwd in n40, vernield tijdens de Franse revolutie en herbouwd in 1815. Trappistenbier wordt alleen gebrouwen in vijf Belgische abdijen.

BOCKBIER: Hoogstraten Groot alg. hist wdb. 3 (1733) 56; Weigand Deutsches Wtb. (19095) 260; Ency. Brit" 9 (1910) 134; Franck & Wijk Etym. wdb. (19122) 79; Gerlach Royen In andermans vaarwater (1950) 96-99; Kluge Etym. Wtb. d. deutschen Spr. (1975 2' ) 88; M. Jackson Spectrum Bieratlas (Utrecht 1987') 52-54; Dauzat Dict étym. (19932) 87; OED (19932); Pfeifer Etym. Wtb. d. Deutschen (19932) 154.