beleveniseconomie betekenis & definitie

Het jaar 1999 had al twee nieuwe samenstellingen met economie gebracht, namelijk weggeefeconomie en piranha-economie. Aan het eind van het jaar kwam er nog eentje bij, beleveniseconomie, een woord dat in 2000 meer dan tien keer in kranten werd gebruikt. De Volkskrant had het op 18 november 1999 als eerste, in de kop: ‘Beleveniseconomie maakt kopen tot ervaringssafari’ (ook ervaringssafari is trouwens nieuw).

Beleveniseconomie is een vertaling van experience economy, een verbinding die is verzonnen door de Amerikaanse economen Joseph Pine en James Gilmore. In 1998 schreven zij het boek The Experience Economy: Work Is a Theatre & Every Business Is a Stage. Volgens de auteurs verandert de moderne technologie de aard van wat bedrijven willen verkopen en van wat klanten willen kopen. ‘De beleveniseconomie is een economie die belevenissen verkoopt’, aldus NRC Handelsblad op 22 juli 2000. ‘Die economie, die blijkbaar de toekomst heeft en het heden, zegt: wij vinden alles even mooi, zolang het maar een ervaring biedt.’ Er wordt in dit verband ook wel gesproken over beleveniscommunicatie (dat in 1999 debuteerde) en emotiemarketing (nieuw in 2000).

Vergelijk bezorgeconomie en emotiemarketing.