beachcam betekenis & definitie

Ooit was er een tijd dat je een camera had en een (geluids)recorder. Dit veranderde ingrijpend toen in 1982 verschillende Japanse bedrijven min of meer gelijktijdig de camcorder op de markt brachten. In tegenstelling tot de videocamera (een woord uit 1978) kon je met de camcorder tegelijk beeld- en geluidsopnamen maken.

Ook taalkundig had de camcorder veel invloed, want opeens werd het gewoon om camera te verkorten tot cam, om dit vervolgens voor of achter een ander woord te plakken. Zoals in webcam, een via internet bereikbare camera, een woord dat dateert uit 1996. En zoals in netcam, een woord uit 1998.

In 1999 kwamen er drie nieuwe samenstellingen met cam bij, althans in de doorzochte krantenbestanden: beachcam, nannycam en weercam. Langs de Nederlandse kust blijken talloze camera’s te staan. ‘Onvermoeid turen zij vierentwintig uur per dag de kustlijn van onze territoriale wateren af’, aldus NRC Handelsblad op 21 oktober 1999. ‘Deze “beachcams” verschaffen belangrijke informatie aan waterminnaars. Is het een goede dag om te zeilen? Is het lekker strandweer? Is de wind stevig genoeg? [...] Op de site BeachCam Zeezicht zijn zeven van zulke webcams te vinden. Twee daarvan staan in Scheveningen, de andere in Egmond aan Zee, Noordwijk, Zandvoort, Eersel en Bergen aan Zee.’

In het bericht wordt tevens gesproken van strandcams, ook een neologisme. Via een nannycam kun je — in huis — het kindermeisje in de gaten houden, de weercam geeft rechtstreeks zicht op de lucht boven bijvoorbeeld Heemskerk of Zandvoort. Vooral webcams waarmee personen zich 24 uur per dag laten bekijken komen vrij veel voor op internet. Een en ander leidde in een krantenbericht tot gelegenheidssamenstellingen als webcamberoemdheden, webcampersoonlijkheden en cam-bekendheden.