Bauxiet betekenis & definitie

(1871, uit het Frans) aardachtig mineraal

Weinig mineralen zijn zo bekend als bauxiet. Dat komt ongetwijfeld omdat het de belangrijkste grondstof is voor aluminium, een metaal dat we nu associëren met vliegtuigen en schuifpuien, maar dat aanvankelijk, in het laatste kwart van de 19de eeuw, werd gebruikt voor sieraden, gedenkpenningen, bestek en sextanten. Bauxiet heet zo naar het Franse plaatsje Les Baux-de-Provence, in de wandeling kortweg Les Baux genoemd. Het ligt 19 kilometer ten noordoosten van Arles, in het departement Bouches-du-Rhone. In de omgeving van Les Baux komen harde aardlagen voor, die men altijd voor versteende rode klei had gehouden. In 1821 ontdekte de Franse mineraloog Pierre Berthier (1772-1861) echter dat de lagen in feite bestonden uit een verweerde steensoort.

De monsters die hij onderzocht bleken 52 procent aluminiumoxyde te bevatten, 27,6 procent ijzeroxyde en 20,4 procent water. Berthier noemde het 'alumine hydratée de Beaux', ofwel gehydrateerde aluminium uit Beaux. De Franse geoloog P.A. Dufrénoy maakte daar in 1847 beauxite van, wat in 1861 door de Parijse scheikundige E.H. Sainte-Claire Deville werd gewijzigd in bauxite. Sainte-Claire Deville was in 1861 de eerste die erin slaagde zuiver aluminium af te scheiden. Maar de techniek die hij gebruikte was erg duur, en in het begin was aluminium dan ook zeer kostbaar - voor één pond betaalde men in Nederland omstreeks 1870 1400 gulden. Pas nadat de Amerikaan Charles Martin Hall er in 1886 in was geslaagd het produktieproces aanmerkelijk goedkoper te maken, werd aluminium op grote schaal geproduceerd en werd bauxiet een uiterst belangrijke grondstof.

Voor Les Baux luidde de ontdekking van het bauxiet geen nieuw leven in. Het stadje was ontstaan rond een prachtig slot, boven op een rots. In de middeleeuwen was het een belangrijke plaats geweest, met zo'n vierduizend inwoners. Maar in de 16de eeuw had de Franse koning opdracht gegeven Les Baux met de grond gelijk te maken, nadat het zich onder de familie De Manville had ontwikkeld tot een protestants bolwerk. Daarna was het nooit meer goedgekomen. Toen Berthier in 1821 in de buurt van Les Baux zijn spade in de grond stak, woonden er 1531 mensen in het stadje. De winning van bauxiet bracht uiteindelijk veel werk voor de streek, maar in 1901 telde Les Baux nog maar 123 inwoners. Het was een dode stad geworden, en dat bleef zo tot het werd uitgeroepen tot een van de schilderachtigste ruïnes van Frankrijk.

Tegen die tijd was de winning van bauxiet allang geen exclusief Franse bezigheid meer. Al voor de eeuwwisseling had men bij het Wocheinmeer in de Oostenrijkse Alpen bauxiet gevonden, dat met nationale trots Wocheinit werd genoemd. En omstreeks 1915 stuitte men in Suriname op enorme hoeveelheden bauxiet. Deze mijnen werden door de Nederlanders geëxploiteerd, wat de Winkler Prins in 1948 deed verzuchten: 'Bauxiet is thans voor Suriname het voornaamste produkt, [... ) maar de voornaamste baten liet Nederland zich ontglippen.'

Engels bauxite (1861); Duits Bauxit (19de eeuw), Frans beauxite (1847).
Ency. Britil 3 (1910) 542-543; Darsy (ed.) Dict. biogr. et d'hist 1 (1922) 298; Wink/er Prins'
3 (1871) 237; Wink/er Prins' 3 (1906) 4-5; Vries Ned. etym. wdb. (1971) 33; Kluge Etym. Wtb. d. deutschen Spr. (197521) 58; Dauzat Dict. étym. (19932) 72; Pfeifer Etym. Wtb. d. Deutschen (19932) 107; OED (19932); Rey Dict. hist. longue (ranç. (19942) 197.