Batse hond betekenis & definitie

Een batse hond is in Gelderland niet onbekend een batchen hond als grappige naam voor een bitteren borrel', schreef het WNT in 1895. Dat- zelfde jaar schreef de Zeeuwse letterkundige P.H. van Moerkerken (1877-1951) in een taalkundig tijdschrift: 'Ik herinner me dat ik, lang geleden, iemand van een stevig glas bitter hoorde zeggen: "Dat is een batsche hond."'

Vooral in de noordoostelijke dialecten werd bats voorheen gebruikt voor 'trots, brutaal' en dergelijke. Het was vroeger niet ongewoon drank, dronkenschap of de roes voor te stellen als een dier of een demonisch wezen. In Nederland zei men in het begin van de 19de eeuw van een dronkaard: 'Hij heeft de hondenziekte'. In Vlaanderen zei men: 'Hij is van stokers of brouwers hond gebeten'.
Bejaarde wijn werd wel oude hond of kelder hond genoemd, en bier Delftse hond. Dit verschijnsel komt ook in andere talen voor. Zo noemen Spanjaarden de roes onder meer perra of chucha 'teef; de Fransen noemen hun eau-de-vietje ook wel du chien of du sacré chien. De Engelsen kennen dog voor 'fles sterke drank' en de uitdrukking as drunk as a dog voor 'zeer dronken'.