Basalt betekenis & definitie

(1778, uit het Frans) zeer hard vulkanisch gesteente

Basalt is een zeer hard, donker gesteente van vulkanische oorsprong, dat per vierkante centimeter wel drieduizend kilo kan dragen - zeg maar een flinke bestelwagen. Omdat basalt bovendien in de natuur voorkomt in praktische, potloodvormige zuilen die zich gemakkelijk op lengte laten hakken, is het de ideale bekleding voor zwaarbeproefde oppervlakken als kaden en beschoeiingen. Daarvoor wordt het sedert het begin van de vorige eeuw veelvuldig gebruikt.

In de literatuur van de Lage Landen is de symboolwaarde van dit sombere, stugge materiaal niet onopgemerkt gebleven. Anna Blaman (1905-1960) schreef in 1941: 'Dat is een worsteling van een verdrinkende tegen bazalt. Er is geen houvast, met alle liefde niet, al worstel je, al smeek je. Je glijdt af en verdrinkt.' En P.C. Boutens (1870-1943) dichtte ooit: 'Hoe over 't brandend blind bazalt/ Vind ik den weg naar Lethe? -/ 0 alles te vergeten/ Eer de avond valt!' In een verder verleden hield men met basalt geen natuurlijke, maar menselijke vijanden op afstand: de Romeinen bouwden vestingmuren van blokken basalt, waarvan sommige nu al tweeduizend jaar lang het verval trotseren. Lang is gedacht dat zij deze steen basaltes noemden. Dat woord is bekend uit de Natuurlijke Historie van Plinius, die sinds de 16de eeuw ijverig werd bestudeerd. Vele moderne talen hebben sindsdien basaltes geleend in de vorm basalt. Toen dit woord goed en wel ingeburgerd was, ontdekte men dat de vorm basaltes op een vergissing berustte. Van de meeste teksten uit de oudheid, ook die van Plinius, zijn geen originelen bewaard gebleven. Wij kennen ze uit middeleeuwse, met de hand geschreven kopieën. Bij dat overschrijven werden natuurlijk fouten gemaakt, en pas in 1831 bleek na tekstvergelijkingen dat er bij Plinius oorspronkelijk niet basaltes had gestaan, maar basanites, dat teruggaat op het Griekse basanitès (lithos) of basanos 'basan-steen'.

In de oudheid was basalt veelal afkomstig uit Egypte. Vele taalkundigen hebben dan ook daar de oorsprong van het woord gezocht, en meenden deze te hebben gevonden in de Egyptische gesteentenaam bahan. Volkomen bevredigend was deze verklaring niet, want het was niet duidelijk hoe bahan in het Grieks de vorm basanos had kunnen krijgen.

Later is een heel andere verklaring voorgesteld: het Griekse basanitès (lithos) kan worden opgevat als 'steen uit Basan'. Basan is de vroegere naam van een gebied in Syrië, ten oosten van het Meer van Tiberias. Wie vertrouwd is met de Bijbel, zal de naam meteen herkennen, bijvoorbeeld uit psalm 68: 'de berg Basan is een berg Gods, de berg Basan is een bultige berg'. De vraag is natuurlijk: was of is er basalt in Basan? De Christelijke encyclopaedie gaf hierop in 1925 een duidelijk antwoord. Met nadruk worden de 'zwarte basalthuizen, poorten en deuren' beschreven, die 'nog heden de bewondering der reizigers' opwekken. Niet minder dan zestig ommuurde steden hebben de Israëlieten hier indertijd ingenomen (Deut. 3:4). Als die allemaal uit de lokale steen waren opgetrokken, hebben zij er een zware dobber aan gehad.

Engels basalt (1694); Duits Basalt (18de eeuw); Frans basalte
(1553). Plinius (ed. Bostock & Riley, 1855-1857) Nat Hist. XXXVI, 11; Christelijke ency. 1 (1925) 239-240; M. Niedermann, 'Ghost words', in: Museum He/veticum 2 (1945) 127-128; Vrind e.a. Natuursteen (19472) 78-80; Frisk Griechisches etym. Wtb. 1 (1960) 222; Vries Ned.
etym. wdb. (1971) 34; Dauzat Dict étym. (19932) 69; OED (19932).