Bartjens, volgens betekenis & definitie

zo nauwkeurig mogelijk berekend

Je hoort het niet zo heel vaak meer en sommige van de nieuwste woordenboeken hebben de uitdrukking volgens Bartjens dan ook geschrapt. Toch is het een zegswijze die vrijwel iedereen kent, hoewel er onduidelijkheid bestaat over wat er nu precies mee wordt bedoeld.

Ook over de persoon Bartjens bestond lang onduidelijkheid. De 19de-eeuwse naslagwerken spreken elkaar op talloze punten tegen. Aan veel onzekerheid kwam een einde toen C.P. Burger in 1912 in het tijdschrift Het Boek twee grondige artikelen over Bartjens publiceerde.

Willem Bartjens [1569-1638], zo blijkt hieruit, was vanaf 1591 schoolhoofd in Amsterdam; in 1618 werd hij door het stadsbestuur van Zwolle aangesteld als 'francoysche schoolmeester'. In 1893 kenschetste A.C. Kruseman hem als 'een eenvoudig man. [...] Hij gaf les in het rekenen, op de manier gelijk zijn beroepsgenooten dat al jaren lang gedaan hadden, oppervlakkig, werktuigelijk, laag bij den grond'.

Burger bestrijdt deze visie. Volgens hem was Bartjens juist 'iemand van zeer uitgebreide kennis, en met een grooten en goeden persoonlijke invloed [...] een gevestigd huisvader, en een ervaren schoolmeester'.

Hoe dan ook, Bartjens dankt zijn faam aan het rekenboek Cyfferinghe, waarvan de eerste druk verscheen in 1604. Al omstreeks 1610 schreef Vondel een lofzang op hem, dat eindigt met de regels:

Adieu Bartjens, ik wil zwijgen,

D'wijl gij gaat ten hemel stijgen.

'k Wenste dat ik hier in schijn

Slechts mocht uwen Echo zijn.

Tussen 1633 en 1637 verscheen in twee delen een vernieuwde editie van het rekenboek. Hierin was een portret van Bartjens opgenomen, dat Vondel van de volgende dichtregels voorzag:

Gij ziet het zichtbre deel van Bartiƫ Gij ziet het zichtbre deel van BartiƩns hier naar 't leven:ns hier naar 't leven:

Van zijn onzichtbren geest heeft hij u zelf gegeven

Een print in 't Rekenboek, dat nergens faalt noch suft,

Maar volgt, ten dienst der jeugd, Euclides' spits vernuft.

Dit rekenboek werd talloze malen herdrukt en later herzien. Het werd nog tot in de 19de eeuw gebruikt, volgens sommige naslagwerken tot 1831, volgens andere tot 1839 en volgens weer andere tot 1848.

In zijn bewerking van Stoetts Spreekwoordenboek (1981) verklaart Kruyskamp de uitdrukking volgens Bartjens als volgt: 'schertsende toevoeging aan de uitkomst van een becijfering, bepaaldelijk gebezigd als men iemand iets voorrekent dat niet al te ingewikkeld is, dus zoveel als volgens de (eerste) beginselen der rekenkunst'. Volgens de Grote Van Dale betekent het bovendien: 'zo nauwkeurig mogelijk berekend'. Overigens laat Van Dale ook de spelling Bartjes toe - een spelling die Willem Bartjens weinig eer aandoet.

Vergelijk barema