barebacking betekenis & definitie

Barebacking was een van de eerste nieuwe woorden van 1999. Het ANP maakte er op 14 januari 1999 melding van, onder de kop ‘SAD-Schorerstichting waarschuwt voor nieuwe sekstrend’:

‘Barebacking’ staat in de VS voor seks zonder condoom tussen twee mensen die niet van elkaar weten of ze al dan niet besmet zijn met het aidsvirus HIV. Met deze vorm van bewust onveilige seks heeft de SAD-Schorerstichting grote problemen. Uit contacten met sleutelfiguren in de Amsterdamse scene blijkt dat de trend de oversteek heeft gemaakt naar Nederland, terwijl het grootste deel van de homomannen niet weet wat zijn status is, vertelt A. Witbreuk van de SAD-Schorerstichting. Of ook andere trends, zoals het elkaar bewust besmetten, zijn overgewaaid weet hij niet. Volgens Witbreuk worden hier termen als barebacking, skin-to-skin en raw-sex door elkaar heen gebruikt en staan ze voor diverse vormen van onbeschermde seks, waarbij niet altijd sprake is van de eerder genoemde wederzijdse kennis.

De eigenlijke betekenis van bareback is ‘zonder zadel rijdend’, maar al sinds de jaren vijftig wordt het in het Amerikaanse slang gebruikt voor ‘neuken zonder condoom’. De aangescherpte betekenis — neuken zonder condoom met iemand die mogelijk is besmet met HIV — debuteerde in het voorjaar van 1997 op Amerikaanse internetpagina’s. Op sites met namen als Xtreme-sex en Gaybareback verschenen teksten als ‘Doe je pensioen niet weg, aids is bijna te genezen’. En: ‘Fuck rubbers, go natural’. Er werden barebackparty’s georganiseerd voor onbeschermde, anonieme seks.

Een en ander bracht Youp van ’t Hek tot de vaststelling dat de hedendaagse homo condoommoe is, een woord dat niet eerder is gesignaleerd.

NRC Handelsblad riep eind 1999 op om een Nederlands woord voor barebacking te verzinnen. De jury koos uiteindelijk voor Griekse roulette. ‘Doorslaggevend bij barebacking is vanzelfsprekend het risico-element’, luidde de toelichting. ‘Je kunt er HIV mee oplopen. Dit aspect leverde woorden op als blindkezen, doemflensen, durfneuken, kamikazekezen, kamikezen, kontrisken, lemmingseks, pikpoker, risicopuleren, risicoraggen, risicozen en waagwippen. Daar zitten mooie vondsten tussen, maar het homoseksuele element ontbreekt. Dat is wel aanwezig in Griekse roulette, de winnaar in deze groep. Griekse liefde betekent “homoseksualiteit”, het op zijn Grieks doen betekent “anaal coïteren” (Van Dale) en roulette is een kansspel. Verder is er de associatie met Russische roulette. Overigens hebben ruim twintig inzenders iets met roulette bedacht, zoals achterroulette, aidsroulette, HIV-roulette, holroulette, homoroulette, reetroulette en roze roulette. Ook niet gek gevonden: hivven.’

Vergelijk aidsbelasting.