bak betekenis & definitie

gevangenis

In deze betekenis omstreeks 1900 voor het eerst aangetroffen, in een liedtekst, maar ongetwijfeld al ouder. Het gaat om een lied van Eduard Jacobs (‘Verzoekschrift van een moeder aan HM de Koningin’); Jacobs stond in zijn tijd bekend om zijn rauwe, realistische teksten.

De meesterknecht is nou toch lang weer beter
Die zit misschien nou thuis op z’n gemak
M’n zoon z’n meissie leit nog in het gasthuis
En de arme jongen die zit in de bak

• Ik draaide hem toen dat verhaal af van mijn verloofde, die ergens in de bak zat, en die mij destijds het gestolen geld in bewaring gegeven had. ¶ H. Voordewind, De commissaris vertelt door (1951), p. 42
• Ik heb ook ’n keer in de bak gezeten in Leningrad. ¶ Jan Cremer, Ik, Jan Cremer (1964), p. 116