bajes betekenis & definitie

gevangenis

Omstreeks 1800 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, opgesteld uit de processtukken van de zogenoemde Brabantse Bende, in de samenstelling scheftbeijes voor ‘rasphuis’ (een rasphuis was een tuchthuis waar opgepakte landlopers, zwervers en misdadigers verfhout, met name het keiharde brazielhout, moesten raspen). Vervolgens in 1844 gevonden in de samenstelling nachtbajes voor ‘nachtverblijf’ en in 1858 in de zin: ‘Uit welke bajes komt gij?’ Ook aangetroffen als baayes, baies, baje, bages, enzovoort.

Via het Jiddisch ontleend aan het Hebreeuwse bajit (‘huis’). ‘In het Bargoens werd dit woord, ten dele in navolging van het gebruik in het Jiddisch, ook toegepast op huizen of gebouwen met een maatschappelijke functie’, aldus het Etymologisch woordenboek van het Nederlands (2003), ‘al had het bij huizen met een economische functie concurrentie van kit, keet en spieze. Bij gebouwen met een penitentiaire functie was deze concurrentie er echter nauwelijks.’

Köster Henke geeft in 1906 in De Boeventaal nog als betekenissen ‘winkel, huis, gevangenis’; na 1950 werd het bijna uitsluitend voor ‘gevangenis’ gebruikt. Het woord komt in allerlei samenstellingen voor, waaronder, naast de reeds genoemde, bajeskar (1906), bajesklant (1903), bajeslef (1937, ‘brutale moed’), bajeswagen (1906), gokbajes (1906, ‘speelhuis’), golabajes (1937, ‘ziekenhuis’), gondelbajes (1922, ‘bordeel’), groot-bajes (1907, ‘tuchthuis’, 1937 ‘strafgevangenis te Leeuwarden’), mokkelbajes (1937, ‘bordeel’), sijbelbajes (1937, ‘wc’), sikkerbajes (1937, ‘herberg’), sjaskelbajes (1937, ‘herberg’), temeiebajes (1921, ‘bordeel’), trederiksbajes (1937, ‘schoenenwinkel’), enzovoort. Het woord bajes bereikte, net als gajes voor ‘tuig’, in de Tweede Wereldoorlog een groter publiek door een rijmpje dat indertijd populair was:

In deze bajes
zit geen gajes
Maar Hollands glorie
potverdorie

• Toen ie uit de baies kwam, was ie pafferig dik geworde, maar ’n beetje suf ook, en zoo mak as ’n hondje. ¶ Justus van Maurik, Toen ik nog jong was (1901), p. 172. De schrijver verklaart de betekenis tussen haakjes.
• ‘Als je er aan denkt [aan je strafmaat], kom je er nooit door. Wil je een goeien raad van een ervaren man, die al de bajessen van het koninkrijk der Nederlanden van buiten kent en van binnen nog beter. Nou gaan je heen en je denk an niks. Je denk heelemaal an niks, aan geen muizenesten of aan geen vaar en geen moer en geen kind.’ ¶ Bernard Canter, Op water en brood (1916), p. 29
• Kromme Jan vergat zijn vader, die in de bajes zat, omdat hij ingebroken had. ¶ Anne de Vries, Jongens van de straat (1934), p. 86. De schrijver verklaart de betekenis in een voetnoot.