B2B betekenis & definitie

In november 1999 dook deze ‘afkorting’ voor ‘business-to-business’ voor het eerst in de landelijke dagbladen op, te beginnen in Het Financieele Dagblad van 3 november: ‘Volgens de premier [Blair] liggen de kansen vooral in business-to-business (B2B in jargon).’

Aanvankelijk had men nog moeite met deze afkorting, die wordt uitgesproken als bietoebie. Zo schreef het Haarlems Dagblad op 11 november, over Roel Pieper:

En veelvuldig haakt zijn gehoor af omdat het eigen jargon van de elektronische handel niet wordt verstaan. Zo beschrijft Pieper [...] een typisch scenario in de zogeheten B2B-handel, het business to business-verkeer – in normaal Nederlands: het zakenverkeer tussen twee of meerdere ondernemingen.

NRC Handelsblad noemde B2B een voorbeeld van ‘virtuele dieventaal’, maar in 2000 werd de afkorting zo vaak in landelijke dagbladen, dat men een toelichting op het laatst niet meer nodig vond. Dat is nog wel het geval voor afgeleiden als B2C (business to consumer), B2E (business to employee), C2C (consumer to consumer) en i2i (industry to industry), maar mogelijk is dat slechts een kwestie van tijd. B2B komt inmiddels in allerlei samenstellingen voor: B2B-communicatiekanaal, B2B-markt, B2B-site, B2B-software, B2B-toepassing enzovoorts. Op Nederlandse websites was B2B ruim 3800 maal te vinden. Daardoor kwam het op de tweede plaats van meest gebruikte neologismen van het jaar 2000.