autobetaalbox betekenis & definitie

In Nederland wordt al sinds 1989 gedebatteerd over rekeningrijden, een term die is bedacht door Kees Mijnten, indertijd directeur voorlichting van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Een essentieel onderdeel van het rekeningrijden is natuurlijk de afrekening. Hoe weet je nu welke auto waar heeft gereden? Daar is van alles op bedacht, maar in 1999 kwam de autobetaalbox in beeld, een chipapparaatje in de auto om automatisch te betalen.

1999 was sowieso een belangrijk jaar in de geschiedenis van het rekeningrijden. Na jarenlang gesteggel nam het kabinet in juni de beslissing om het rekeningrijden op 1 september 2001 rond één stad in te voeren, namelijk Amsterdam. Worden de files niet kleiner, dan wordt het rekeningrijden afgeblazen. Nemen de files wel af, dan komt er rekeningrijden rond Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Het kabinet besloot tot deze gefaseerde invoering — die in strijd is met het regeerakkoord — vanwege het massale verzet in de samenleving, dat vooral wordt gevoed door de ANWB.

‘De elektronische tolheffing’, verduidelijkte het ANP op 18 juni 1999, ‘geldt voor alle weggebruikers: automobilisten, motorrijders, vrachtwagens en ook buitenlandse auto’s. Zij betalen ‘s ochtends tussen 7 en 9 uur 7 gulden tol per passage. Voor automatische betaling is een chipapparaatje — de autobetaalbox — nodig, dat in de auto moet worden bevestigd. De prijs is 5 gulden. Het apparaatje kost het eerste half jaar 25 gulden en daarna 65. De heffing is alleen stadinwaarts. Er hoeft niet te worden betaald tijdens weekeinden, de zomer- en kerstvakantie en op feestdagen.’

De autobetaalbox moet achter de voorruit worden geplaatst. Men spreekt soms ook van betaalbox en van betaalboxsysteem.

Vergelijk webauto.