antirookfundamentalist betekenis & definitie

De afgelopen decennia heeft het woord fundamentalist zo’n beetje de betekenis gekregen van ‘intolerante fanatiekeling’. Het woord antirookfundamentalist is dan ook niet als compliment bedoeld.

Het woord dook onder meer op in NRC Handelsblad, in een artikel over de schadelijke gevolgen van meeroken <ndash> een woord dat we zeker sinds 1987 kennen. ‘Ik heb vroeger ook gerookt’, zegt Ben Bronsema, docent installatietechniek aan de Technische Universiteit Delft en voorzitter van een internationale werkgroep die onderzoek doet naar ventilatie tegen rookoverlast in binnenruimtes, in dit artikel. ‘Ik begrijp de antirookfundamentalisten goed als zij aansturen op een rookverbod in de horeca. Maar nodig is dat niet.’

Het woord is ook enkele malen aangetroffen op internet. Eén voorbeeld, uit een discussiegroep: ‘Juist door de stichting Rokersbelangen, die een plaat van gewapend beton op hun voorhoofd hebben, ben ik antirookfundamentalist geworden.’