Anjer, anjelier betekenis & definitie

(±1500 angelier; 1608 angier) bekende snijbloem en sierplant

In de zuidelijke uitlopers van de Alpen, deels in Zwitserland, deels in Italië, strekt zich het Lago Maggiore uit, waarvan A. Winkler Prins in 1877 de volgende beschrijving gaf: 'Hoogst bevallig zijn de boorden van dit meer; ten noorden en westen verheffen zich hooge granietgevaarten, die ten zuiden en oosten tot met wijngaarden beplante heuvels afdalen. Aan de helling dier heuvels ziet men fraaije villàs te midden van een weelderigen plantengroei en langs den waterzoom schoon gelegene dorpen, afgewisseld met olijfgaarden.' Niet bepaald een omgeving die herinnert aan de Tweede Anjeliersdwarsstraat. Maar taalkundig is er volgens de etymologische woordenboeken wel degelijk verband. Zij houden het erop dat de woorden anjelier en anjer teruggaan op het dorpje Angera, dat gelegen is aan de zuidoostelijke oever van het meer en dat reeds in de middeleeuwen enige bekendheid genoot.

De anjelier, die sinds 1967 in Nederland officieel anjer heet, is waarschijnlijk in de 11de eeuw door kruisvaarders uit het Midden-Oosten meegenomen naar Europa. Tussen 1200 en 1500 is deze exotische sierplant vanuit Italië en Frankrijk in het Nederlandse taalgebied ingevoerd, wellicht aanvankelijk onder de aan het Frans ontleende naam violet(te). In de 16de eeuw kwamen daar, eveneens uit het Frans, de prachtige namen giroffel en genoffel bij, die in Zuid-Nederland en België in talloze regionale varianten voortleven. Intussen was er omstreeks 1500 n. Chr een naam voor dezelfde bloem gesignaleerd, angelier, waarin gemakkelijk het moderne anjelier te herkennen valt. Kort na 1600 kwam daar nog angier (anjer) bij.

Het zonderlinge is nu dat anjer en anjelier alleen in het Nederlands voorkomen; ze zijn niet, zoals bij de naam van een uitheemse plant te verwachten valt, aanwijsbaar aan een andere taal ontleend.

Tot 1891 had niemand daarvan wakker gelegen, maar in dat jaar waren deze bloemennamen aan de beurt voor een gedegen historische behandeling in het Woordenboek der Nederlandsche Taal. Redacteur De Vries kwam er in de beschikbare tijd niet uit. 'De oorsprong der beide namen, anjer en anjelier, is met de gegevens, die men tot dusverre bezit, niet te verklaren', moest hij bekennen. Een jaar later stierf hij. Zijn collega Kluyver zette het onderzoek voort. Jarenlang speurde hij naar aanknopingspunten in andere talen, tot hij ten slotte in 1898 een verklaring meende te hebben gevonden. Omdat nergens buiten het Nederlands verwante bloemennamen te vinden waren, zouden volgens Kluyver de namen anjer en anjelier wel eens op een plaatsnaam kunnen teruggaan. Die plaatsnaam moest dan wel - dat was een lelijke complicatie - een verklaring bieden voor beide namen. Na lang zoeken kwam Kluyver op Angera (vroeger ook wel Anghiera of Anghera geheten). Uit die plaats afkomstige anjers zouden in Nederland zoiets als 'genoffelen van Angiere' zijn genoemd, waarvan na verloop van tijd angiere zou zijn overgebleven, dat dan anjer werd. Het mooie was nu dat Angera behalve een Italiaanse ook een Latijnse naam had, die Angleria luidde. Latijn was in die tijd de internationale voertaal van de geleerde wereld, dus plantkundigen zouden anjers uit Anghiera caryophylli anglerii hebben genoemd. In de volkstaal kon hieruit na verloop van tijd door verkorting en verbastering de vorm anjelier zijn ontstaan. Bovendien lag Angera in Italië, van waaruit deze bloemen West-Europa hadden bereikt.

Tot zover de theorie van Kluyver, die overigens niet zonder bezwaren is. Critici hebben erop gewezen dat tussenvormen als 'genoffelen van Angiere' en caryophylli anglerii nooit zijn aangetroffen. Daar komt bij dat niet zeker is of in het plaatsje Angera in de middeleeuwen eigenlijk wel anjers werden gekweekt of verhandeld. Maar niemand heeft nog een betere verklaring gevonden. We houden we het er dus maar op dat typisch Nederlandse verschijnselen als het Anjerfonds en de Tweede Anjeliersdwarsstraat hun naam danken aan een van de 'schoon gelegene dorpen' aan het Lago Maggiore.

ANJER: Winkler Prins' 9 (1877) 632; WNT 11 1 ( 1898) 486-489; A. Kluyver, 'Anjer en anjelier', in: TNTL 17 (1898) 147-160, 320;).W. Muller, 'Nog iets over anjer en anjelier', in: TNTL 17 (1898) 262-268; WNT Suppl. 1 (1956) 1171-1172; Vries Ned. etym. wdb. (1971) 16-17; Vries & Tollenaere Etym. wdb. (199115) 62; Brok Bloemnamen (1991) 17, 19, 31-33, 40-42, 50, 223-225; F. de Tollenaere, bespr. van Brok Bloemnamen, in: Taal en Tongval 45 (1993) 96-97; F. de Tollenaere, 'Etymologica: "angelier"', in: TNTL 109 (1993) 166-168.