Ammehoela betekenis & definitie

nooit van mijn leven

Omstreeks 1928 werd in een Amsterdamse revue een tweespraak opgevoerd die een getuige zich als volgt herinnert. Zegt de een: 'Ik ben de koning.' 'Ha, ha, jij koning? Aan me hoela,' lacht de ander, terwijl hij met zijn hand op zijn naar achteren gestoken bil slaat. Waarop de eerste: 'Ja, ik ben koning Amenoellah!'

Op meerdere plaatsen is deze dialoog toegeschreven aan revue-komiek Johan Buziau. De teksten van Buziau zijn niet bewaard gebleven, maar in recensies wordt een en ander niet genoemd en volgens Buziau-kenners is het onwaarschijnlijk dat deze act door hem werd opgevoerd. Buziau bedacht wel het woord foetsie, maar de geestelijke vader van ammehoela is nog niet achterhaald.

Over de koning is wel van alles bekend. Amanoellah werd op 1 juni 1892 geboren in Kabul, de hoofdstad van Afghanistan. Hij was daar regent toen zijn vader, de verlichte Habib Oellah, in februari 1919 werd vermoord. Zijn oom werd als de nieuwe emir gekozen, maar Amanoellah beheerste de schatkamer en wapenarsenalen en het leger koos zijn kant.

Op 27 februari 1919 - 9 Hut 1299 plaatselijke tijd - werd hij officieel gekroond. In de jaren daarna probeerde koning Amanoellah zijn land naar Westers model te hervormen. Hij schafte de veelwijverij af en zette zich samen met zijn vrouw Soeraja in voor de vrouwenemancipatie. Onderwijs werd verplicht gesteld, de eerste meisjesschool werd opgericht en kinderhuwelijken werden verboden.

In december 1927 vertrok Amanoellah voor een tournee door Europa. 'Ik zal naar mijn land terugkeren met de beste dingen die ik in de Europese samenleving heb ontdekt,' verklaarde hij bij zijn vertrek. In juli 1928 keerde de vorst terug, en wel achter het stuur van een in Engeland gekochte Rolls Royce!

Amanoellah was erop gebrand de hervormingen te versnellen en te verbreden. Drie maatregelen zorgden voor een enorme ophef: geen polygamie meer voor regeringsfunctionarissen (tot dan toe vrijgesteld van deze maatregel), vrouwen mochten zelf beslissen of ze een sluier droegen en in Kabul was iedereen verplicht Westerse kleding te dragen.

Een storm van protest brak los. Men twijfelde aan Amanoellahs trouw aan de islam en het gerucht deed de ronde dat hij zich bij zijn bezoek aan de paus heimelijk tot het katholicisme had laten bekeren.

Onder leiding van de orthodox-soennitische geestelijkheid braken in november 1928 opstanden uit. Begin januari 1929 zag Amanoellah zich genoodzaakt de meest aanstootgevende maatregelen te herroepen, maar de burgeroorlog was niet meer te stoppen. Op 14 januari trad hij af ten gunste van zijn oudste broer. Toen die drie dagen later werd verdreven door een roverhoofdman probeerde Amanoellah de macht weer in handen te krijgen, maar hij werd verslagen. In mei 1929 vertrok hij voorgoed naar Europa, waar hij een veelbesproken society-figuur werd.

'Die tik met de rechterhand op de rechterbil bij de gierende uithaal ammehoela', heet het ergens, 'was om aan te geven dat de koning van zijn volk een schop onder zijn achterste had gehad.' Ammehoela of aan me hoela werd een nette variant van aan me reet.

Amanoellah stierf op 25 april 1960 in Z├╝rich, achtenzestig jaar oud. Hij werd begraven in Jalalabad, naast zijn vermoorde vader.

Twee vergelijkbare uitdrukkingen: Emmie, voorheen in toneelkringen een alternatief voor: dat kan me niks schelen, waarschijnlijk naar de Nederlandse actrice Emma Morel [1883-1957], wie de uitdrukking 'me reet' in de mond bestorven lag; en Sjaak van Buren!, eveneens voor 'kan me niks schelen'. Van Buren zou omstreeks 1920, toen een rechter hem met zware straffen dreigde, hebben gezegd: 'Edelachtbare, er is me geen drol aan gelegen.' Volgens het Bargoens Woordenboek (1982) bracht dit ook de uitroep dag of D.A.G. in omloop, een eufemistische afkorting voor '(er is me geen) Drol Aan Gelegen'.