Afzettertje betekenis & definitie

Een afzettertje is in 1770 voor het eerst gevonden, in het spectatoriale tijdschrift De Denker. Het woord komt voor in een satirisch stukje over de Schiedamse jeneverindustrie en is ondertekend door 'Mietje Ouderwets'. Terloops schrijft Mietje dat jenever wordt gebruikt om de 'flaauwe hartigheid' te verdrijven die het drinken van teveel thee tot gevolg kan hebben:

Maar daar ik op komen wil, is, dat zy, die flauw hartigheid gevoelende, aanstonds met een afzettertje op de been zijn. De Jeneverfles staat daarom altijd in de broodkast. Schiedammer is hemelsche drank, zegt men, de beste maag-elixir, of kruider-wyn. Wat ik 'er tegen inbreng, baat niets. Je bent een Wyf van de vorige Eeuw, duwt men mij toe, en je weet niet, wat goed is.
De herkomst van deze borrel naam is in Nederland en Vlaanderen verschillend verklaard. Volgens het WNT moet men hier denken aan 'iets dat afzet, te weten iets dat genoten spijs of drank goed doet verteren en bezakken'. Deze verklaring sluit aan bij de digestif, de borrel of likeur die men in Frankrijk na de maaltijd drinkt om de spijsvertering, de digestie, te bevorderen. De Vlaamse woordenboeken, die ook de vorm afzetter kennen, spreken niet van voedsel maar alleen van drank, en zij verklaren afzetten als 'afdrijven'. Een afzettertje was dus een 'borrel dien men neemt om het waterloozen te vergemakkelijken'. Met te- rugwerkende kracht worden de Vlamingen door Mietje Ouder- wets in het gelijk gesteld, want in haar tijd - en eerder is de borrelnaam niet aangetroffen - werd het afzettertje duidelijk ge- dronken 'om de thee af te zetten', dus 'uit te drijven'. Een en an- der blijkt uit de context van het citaat hierboven. In Vlaanderen wordt de borrelnaam nog altijd gehoord. Men sprak vroeger ookvan een Schiedamsch afzettertje.