Afschaffertje betekenis & definitie

Halverwege de 19de eeuw werden in Nederland in hoog tempo verenigingen uit de grond gestampt die het gebruik van sterke drank wilden terugdringen. De bekendste waren de Matigheids- of Afschaffing Genootschappen. Aan de toog werden de inspanningen van de afschaffers, zoals de leden van deze verenigingen werden genoemd, luidkeels bespot.

Een borrel kreeg de naam af- schaffertje en een drinkebroer werd een afschaffer van de kleine glaasjes genoemd. Beets bespotte de Afschaffingsgenootschap- pen in de Camera Obscura met het voorstel een 'drenkelingsge- nootschap voor humoristen' op te richten, of 'ten minste een matigheids-maatschappij onder de zinspreuk: "laat staan uw humor".' Van Dale vermeldt sinds 1898 de uitdrukking hij is ook geen afschaffer voor 'hij houdt wel van een glaasje'.