afkienen betekenis & definitie

afsluiten

In 1925 voor het eerst aangetroffen, in een literaire tekst. In 1937 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, De Gabbertaal van E.G. van Bolhuis, met als betekenis ‘afsluiten met een kien (sleutel)’.

• Snel sloop hij weer naar de deur; gunde zich den tijd niet om af te kienen. ¶ Is. Querido, Mooie Karel (1925), p. 118. De schrijver verklaart de betekenis in een voetnoot.