afgeladen 2 betekenis & definitie

dronken

In 1924 voor het eerst aangetroffen, in een literaire tekst. In 1937 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, De Gabbertaal van E.G. van Bolhuis.

• ’s Middags soms, maar ’s avonds vast -- u permitteert, dat ik ’t zeg? is ze diep afgelaje. Nee, nuchter is ze nooit. ¶ Petrus Kruisman, Kris uit de nachtbuurt (1924), p. 26
• ‘Reken-maar... fan Kareltje... as dat-ie afgelaje is... Komp fan de jepper.’ ¶ Is. Querido, Mooie Karel (1925), p. 455. De schrijver verklaart de betekenis in een voetnoot.
• As je d’r overal maar ientje pikt, mompelt oom Piet, en je vangt an mit de Zon, dan bè je net afgeladen by de kerk, of aèrsom, as je van achter de kerk van start gaet, kom je stomdronken by et graft van Ter Naevolging an. ¶ Arend Tael, Martijntje (1941), p. 65