Abracadabra betekenis & definitie

1. (eig.) toverspreuk, op perkament geschreven en aan een vlasdraad om de hals gedragen amulet; 2. (fig.) wartaal, onbegrijpelijke taal

Heeft er ooit iemand geleefd die abracadabra heette? Bevat deze veelgebezigde toverspreuk een eigennaam? Nee en ja.

Abracadabra is oorspronkelijk een zogeheten kabbalistisch machtswoord uit de gnostische sekte van Basilides [ca. 125 n.Chr.]. Het is voor het eerst aangetroffen in een omstreeks 200 n.Chr. door Q. Serenus Sammonicus geschreven leerdicht vol huismiddeltjes.

Het woord werd elf maal onder elkaar geschreven op een zogeheten Abraxassteen, telkens met één letter minder, zodat een gelijkzijdige driehoek ontstond. 'Een tooverwoord, dat in staat was koorts, kiespijn en andere ongesteldheden te verdrijven', schreef de Winkler Prins nog in 1905.

Over de herkomst van abracadabra is bijzonder veel te doen geweest, maar volgens onder anderen C.T. Onions is het verwant aan Abraxas (in oudere vorm Abrasax), de naam van de oppergod van de Basilidianen. Volgens verschillende naslagwerken staat Abraxas in de gnostiek voor het getal 365 (a=1, b=2, r=100, x=60 en s=200), naar de 365 openbaringen van de godheid en het aantal dagen van het jaar.

Hoewel er nooit iemand heeft geleefd die abracadabra heette, schuilt in dit woord dus mogelijk wel een eigennaam.