aanslaan betekenis & definitie

aanspreken, aanklampen

In 1906 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, De Boeventaal van Köster Henke, in de betekenissen ‘aanspreken’ en ‘een poging in ’t werk stellen’. Köster Henke geeft onder meer als voorbeeldzinnen: ‘Sla dien broger aan, misschien heeft hij poen’ en ‘Jongens, er moet aangeslagen worden, daar loopt mooi gajes daar wat van te halen is’. E.G. van Bolhuis geeft in 1937 in De Gabbertaal als tweede betekenis ‘aanklampen’. In 1952 dichtte Henri van Leeuwen in Zwerver in Parijs:

Zo staat ze dikwijls uren in de regen,
Ineengedoken als een oude zak,
Want heeft ze pech, wordt ze niet ‘aangeslagen’,
Heeft ze de hele nacht geen onderdak.

• In tijden had Jet zulke kosere niesses niet aangeslagen en was zij die gniepige adjes [agenten] lékker heurlui poenigen neus langs-gemarcheerd. ¶ Is. Querido, Van Nes en Zeedijk (1915), p. 12. De schrijver verklaart de betekenis in een voetnoot.