prostituee betekenis & definitie

Politiek correcte term voor een hoer, een woord dat vroeger vermoedelijk ook een eufemisme is geweest. Volgens sommige lexicografen zou er immers een verband zijn met het Latijnse ‘carus’ (bemind, geliefd). Hoer klinkt tegenwoordig nogal grof en weinig verbloemend. Bovendien plaatst het deze mensen op een lager sociaal niveau. Het aan het Frans ontleende ‘prostituee’ (afgeleid van het Latijnse ‘prostituere’: te koop aanbieden) klinkt al veel neutraler en heeft ook ingang gevonden in het rechterlijk en formeel taalgebruik. Een vreemd woord werkt aanvankelijk versluierend maar met de jaren slijt dat wat af.

Het WNT citeert o.a. J. E. Stumpff (‘Voorlezingen over Ziekenverpleging’. 1920). In de twintigste eeuw stelden Amerikaanse feministen voor ‘prostitute’ te wijzigen in ‘prostitute woman’. Door van een zelfstandig naamwoord een bijvoeglijk naamwoord te maken hoopten ze het woord van zijn negatieve connotaties te ontdoen. In het Nederlands bestaan er heel wat verhullende benamingen waardoor men het ongezouten ‘hoer’ kan vermijden. Enkele voorbeelden: amatrice*; assistente*; courtisane*; dame* van de horizontale kunst; dame* van lichte zeden; demi-mondaine*; escortgirl*; gastvrouw*; gevallen* vrouw; glamour* girl; kamerkat*; karakterdanseres*; vrouw uit het leven*; lichte* cavalerie; lichtekooi*; meisje* van plezier; publieke* vrouw; sekswerkster*; snol*; straatmadelief*; troostmeisje*; veile* deerne; vrouw van venus*.

In die uren gingen de heren naar en van de beurs en het waren alleen prostituées die zich in de omgeving van de Dam vertoonden en in de Kalverstraat flaneerden.

Aletta Jacobs: Herinneringen. 1924, zesde herziene druk 1993

Geen oceaan heeft onze drift gebluscht, En niets op aard... geeft rust. En de eenige toevlucht de prostituée.

J. Slauerhoff: Verzamelde werken. 1940

Gepubliceerd op 17-08-2018