Woordenboek van Eufemismen

Marc de Coster (2004)

Gepubliceerd op 17-08-2018

pil

betekenis & definitie

Niet zomaar een medicijn dat men moet slikken om te genezen maar een afkorting van de anticonceptiepil: een pil om zwangerschap te voorkomen. Midden jaren vijftig doken de eerste geruchten op over de komst van wat toen als een regelrecht wonder werd beschouwd. Men had het zelfs over de ‘bevrijdende antibabypil’. De Amerikaanse bioloog Gregory Pincus ontwikkelde rond 1955 ‘het ideale anticonceptiemiddel’: een combinatie van de hormonen progestageen en oestrogeen die een grote groep vrouwen zou behoeden voor zwangerschap. In Nederland kwam de pil begin jaren zestig in zwang.

Ze kwam eerst op de markt als geneesmiddel tegen onregelmatige menstruatie, maar werd in 1959 in de Verenigde Staten geregistreerd als anticonceptiepil. In oktober 1970 hielden Dolle Mina’s een demonstratie door de Amsterdamse binnenstad, met spandoeken waarop kreten als ‘Moeders wil is wet, met de pil naar bed’, ‘De pil moet rollen’, en ‘De pil voor 0 cent. U geniet zoveel meer’. De morningafterpil wordt ook wel schertsend de pechpil genoemd.

En trouwen hoef je niet en scheiden mag je ook, en tussen in mag je best de Pil slikken.

Renate Rubinstein: Verzameld werk. Artikel gepubl. 23-02-63

Geef aan je meisje, wanneer je weer wil

Wat ik hier heb: de orale pil... de orale pil…

Gerard Cox: De pil. 1963

‘Zeer tegen mijn wil slik ik - zondag, maandag, enzovoorts - dat roze rondje dat mijn innerlijk verstoort, - tegen mijn wil, maar met - mijn wil, want als een kip - heb ik dozijnen kinderen die ik niet leg, - niet leggen wil.’

Judith Herzberg: Pil. 1967

De pil is de echte waterscheiding van de twintigste eeuw. Daarvoor mocht je alleen friemelen. De pil opende onvermoede perspectieven.

Vrij Nederland, 23-09-99