Gepubliceerd op 17-08-2018

ooievaar

betekenis & definitie

Van een zwangere vrouw zei men vroeger wel eens: ‘ze is door de ooievaar in haar been geprikt’ of ‘ze heeft iets bij de ooievaar besteld’. Dit is een toespeling op het kindergeloof, dat de ooievaar broertjes en zusjes brengt. Multatuli schreef ooit: ‘Van kool of ooievaars wordt by ons aan huis niet gesproken, ook niet van den Volewyk.’ Ook als (verouderde) kindertaal: ‘De ooievaar (of: de baker) heeft vannacht een broertje gebracht.’ In de preutse negentiende eeuw was zwangerschap nog een taboe omdat het het zichtbare gevolg was van hetgeen vooraf ging (geslachtsgemeenschap), iets dat men voor kinderen liefst verzweeg. Het onderwerp zorgde voor veel gêne.

Volwassenen praatten er in het bijzijn van hun kroost vaak in bedekte termen over. De kinderen, zo werd hen te verstaan gegegeven, kwamen uit (holle) bomen, koolplanten, molens, waterputten enzovoort, of werden door de ooievaar gebracht. Vgl. Duits: vom Storch ins Bein gebissen sein; beim Storch gewesen sein.