liaison betekenis & definitie

(1) Geheime liefdesbetrekking. Uit het Frans. Oorspronkelijk het culinaire verdikkingsmiddel van een saus, vandaar een nauwe relatie.

De term raakte vooral populair door toedoen van de achttiende-eeuwse Franse roman ‘Les liaisons dangereux’ van Pierre Choderlos de Laclos (1741-1803). In het Engelse taalgebied werd dit Franse woord voor het eerst gebruikt door de dichter Byron. Andere eufemismen voor een ongeoorloofde relatie zijn o.a. affaire* en amourette*.

Schoone Mina, is uw zuster Met haar liaison tevreên? Wie zal nu de beurt eens krijgen, Mina, is er kijk op?

W.J. van Zeggelen: Gedichten. 8 dln. 18JI, geciteerd in WNT

Een vrouw over het begin van een uiteindelijk tien jaar durende liaison: ‘Het was niet aan mij om contact te zoeken. Ik vond: hij is getrouwd en het is zijn verantwoordelijkheid om verder te gaan.’

De Groene Amsterdammer, 24-04-96

Een externe liaison geeft de vreemdganger bovendien het gevoel van eigenwaarde terug.

HP/De Tijd, 03-09-99

(2) in het spionagejargon: een verbindingsofficier; hoofd van de spionagedienst, vaak belast met het uitwisselen van ‘informatie’ met de bevriende zusterdiensten in andere landen.

De Britten hebben uiteindelijk ook hun excuses aangeboden aan de Nederlandse regering voor het eigengereide optreden van hun liaison.

Vrij Nederland, 19-08-2000

Gepubliceerd op 17-08-2018