Gepubliceerd op 17-08-2018

ketsen

betekenis & definitie

Copuleren*; geslachtsgemeenschap hebben. Betekent eigenlijk: kaatsen. Leidse biljarters zeggen schertsend wanneer de keu tegen de bal ketst: ‘Ketsen moet je thuis doen’. Dit woord, dat wellicht voor het eerst opdook in het Bargoens Woordenboek van Endt, werd min of meer populair gemaakt door Koot en Bie op hun elpee Hengstenbal (1977). Andere volkse eufemismen zijn o.a. kieren* en krikken*.

Een vriend van mij was een paar weken geleden een grietje tegengekomen in een café en had ’r meegenomen naar een garage waar ie flink met ’r had lopen ketsen.

Nieuwe Revu, 18-01-95

‘Je gaat eerst samen dansen, even later sta je te zoenen en weer een paar uur verder lig je te ketsen,’ legt Cemil uit.

HP/De Tijd, 07-02-97