deur betekenis & definitie

niet samen door één deur kunnen, elkaar niet kunnen uitstaan; voortdurend ruzie maken; compromissen moeten maken. Deze uitdrukking werd in de loop van de jaren negentig van de twintigste eeuw erg populair. Vooral in politieke kringen is dit een cliché geworden. Het komt minder hard over dan wanneer je zegt dat er voortdurend gebakkeleid wordt.

Burgemeester Van Hall en hoofdcommissaris Van der Molen kunnen niet meer door één deur?

Vrij Nederland, 28-02-98

Peper versleet in Rotterdam ook diverse politiechefs. De voorlaatste, Rob Hessing, kon niet met hem door één deur en week uit naar Parijs.

Elsevier, 06-02-99

‘De verschillen in beleving van wat het Montessori-onderwijs nu precies moet zijn bleken bij de docenten van de Meidoorn zo ver uiteen te lopen dat men niet meer met elkaar door één deur kon.

De Groene Amsterdammer, 16-06-99

Meestal gaan fusies niet door omdat de bestuurders niet door één deur kunnen.

Elsevier, 06-11-99

Gepubliceerd op 17-08-2018