deel betekenis & definitie

mannelijk lid. Een verkorting van herendeel3'. Even vaag en nietszeggend als ding*.

Eigenlijk: iets waarvan men de naam niet kent of waarvan men de naam niet wil noemen. Uit de context moet blijken dat het om een lichaamsdeel gaat. Vgl. lid* en edele* delen. Vgl. het Engelse ‘member’, dat in dezelfde zin gebruikt wordt.

Haar verkrachter borg zijn deel op, knikte (wat haar ondanks alles deed glimlachen), maakte haar zwijgend los en liep naar de deur.

Lydia Rood: Beter. Dank je. 1996

Toen ik een paar jaar terug niet meer kon eten en drinken van Romeo DiCaprio beeldde ik mij in hoe hij bij mij logeerde en vreselijk moest braken van de drank, niet van mij alles in ons schone liefdesbed.

En steeds windjes liet, net als ik zijn deel in de mond nam.

Nieuwe Revu, z3-08-2000